Als er geen trendsetter is, voldoet een vrijstaand bijbehorend bouwwerk ieder geval aan redelijke eisen van welstand als aan onderstaande criteria wordt voldaan:
a. Plaatsing
indien het erf direct grenst aan de weg: minstens 1.50 meter uit de erfgrens, tenzij het bouwwerk niet uitdrukkelijk in het straatbeeld aanwezig is
b. Oppervlakte
variabel totdat de helft van het erf is bebouwd
c. Algemene vormgeving
duidelijk rechthoekig en geen opvallende details
d. Gevelkleur en materiaalgebruik
materiaal afgestemd op het hoofdgebouw of uitgevoerd in metselwerk of hout (bijvoorkeur rabatdelen)
e. Afdekking
zadeldak of plat dak en eventueel een lessenaarsdak met lichte dakhelling en, tenzij sprake is van een platdak, afgedekt met een keramische dakpan
bij een regulier welstandsniveau mag de afdekking, naast keramische dakpannen, ook bestaan uit golfplaten of dakpanprofielplaten; voor een hellend dak in principe geen bitumen gebruiken
f. Overige
deze voldoet aan de eventuele aanvullende criteria voor bijbehorende bouwwerken in het gebieds- of objectgerichte beoordelingskader
bijbehorende bouwwerken mogen niet onderling aan elkaar worden gebouwd
Hoofdstuk 2 › § 2.4.
Artikel Loketcriteria voor vergunningplichtige vrijstaande bijbehorende bouwwerken
Artikel Loketcriteria voor vergunningplichtige vrijstaande bijbehorende bouwwerken
Onderdeel van Welstandsnota Waterland 2013