In deze paragraaf worden de ‘loketcriteria’ gegeven voor de ambtelijke toets van veel voorkomende kleinere bouwplannen. In tegenstelling tot de eerder beschreven relatieve welstandscriteria gaat het in deze paragraaf om vrijwel absolute, objectieve criteria die planindieners vooraf maximale duidelijkheid geven.
Plannen die aan deze criteria voldoen worden in principe niet aan de welstandscommissie voorgelegd, maar worden beoordeeld door een ambtenaar die daartoe door burgemeester en wethouders is gemandateerd. Plannen die niet aan deze loketcriteria voldoen kunnen aan de welstandscommissie worden voorgelegd, die in zo’n geval gebruik maakt van de objectgerichte, de gebiedsgerichte en de algemene welstandscriteria. De loketcriteria zijn hiermee voor de welstandscommissie geen kader voor de beoordeling van bouwplannen. Van een beoordeling door de welstandscommissie kan ook sprake zijn bij door het rijk, de provincie of de gemeente aangewezen beschermde monumenten.
Ook plannen in de beschermde stads- en dorpsgezichten kunnen worden voorgelegd aan de welstandscommissie (Monumenten en welstandscommissie Waterland), tenzij:
sprake is van een regulier welstandsniveau.
sprake is van een trendsetter.
de werkzaamheden vanwege hun omvang en/of ligging weinig invloed hebben op de openbare buitenruimte.