Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › § 2.2.

Artikel Gebiedsgerichte welstandscriteria historische kern Broek in Waterland

Artikel Gebiedsgerichte welstandscriteria historische kern Broek in Waterland

Onderdeel van De raad van de gemeente Waterland,

a. Relatie met de omgeving de kleinste en bepalende eenheid van het gebied omvat één enkel vrijstaand pand met een individueel karakter de architectuur moeten bijdragen aan zowel het continue beeld en sfeer van het dorp als aan de herkenbare identiteit van de individuele gebouwen de hoofdrichting van de bebouwing dient evenwijdig te zijn aan de zijdelingse perceelgrenzen de nokrichting dient of haaks op, of parallel aan de straat te zijn wanneer een perceel geert, dient de richting van het gebouw parallel aan de zijdelingse perceelgrens te zijn De karakteristieke verspringende rooilijnen dienen gehandhaafd te blijven handhaaf de kleinschalige structuur b. Massa en opbouw van het gebouw aanpassingen moeten worden uitgevoerd conform de architectonische vormtaal van het hoofdgebouw aan- en bijgebouwen dienen zich in beginsel achter het hoofdgebouw te bevinden aan- en bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw dakkapellen dienen ondergeschikt te zijn toegevoegd balkons zijn aan de voorzijde niet toegestaan, tenzij hiervan in het oorspronkelijke ontwerp ook sprake was bijzondere functies mogen afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw, materiaalgebruik en vorm handhaaf de afwisseling in goot- en/of nokhoogte een plat dak of een wolfseind is niet toegestaan gevellijsten dienen verbijzonderd te worden het gebouw dient een topgevel te hebben, of een gevellijst er dient een duidelijke overgang tussen gevel en dak te zijn (schaduwwerking) gevels dienen verticaal geleed te zijn; vooral gevels zichtbaar vanaf de openbare weg c. Detaillering, materiaal en kleurgebruik de elementen in de gevel (deuren, ramen etc) dienen in een consistente verhouding te staan tot elkaar en de gevel als geheel de detaillering dient in overeenstemming te zijn met die van de omliggende panden in de gevelwand in de detaillering dient een iterpretatie van of een reactie op de specifieke (historische) ornamentiek terug te komen indien er goten in het zicht zijn, dienen deze met inachtneming van de aard van het gebouw te worden gedetailleerd in overeenstemming met de beeldbepalende belendingen gebruik materiaal dat voor de dorpskern kenmerkend is, namelijk hout (voor gevel, kozijnen en deuren) , metselwerk (voor met name de plint) en keramische pannen balkon- en dakterrasafscheidingen dienen in principe van metaal te zijn met spijlen waardoor een grote openheid ontstaat; de kleur dient donker te zijn; het hekwerk dient ruim binnen de dakrand (boeiboord) geplaatst te worden het gebruik van kunststof is niet toegestaan, tenzij sprake is van een gevel (of dakvlak) die (dat) niet (of nauwelijks) zichtbaar is vanaf de openbare buitenruimte; in laatstgenoemde situaties is het, onder de voorwaarde dat sprake moet zijn van houtgelijkende materialen en detailleringen, wel toegestaan kunststof toe te passen gebruik kleuren die voor de dorpskern kenmerkend zijn: o.a. Broeker grijs en lichte Bentheimer voor beschot, groen voor ramen en andere draaiende delen en gebroken wit voor lijstwerk witte steen als hoofddrager is niet toegestaan oeverbeschoeiingen moeten traditioneel worden gedetailleerd, dienen in principe te worden uitgevoerd in hout en dienen in beginsel zo laag mogelijk te worden gehouden; aanwezige hoogteverschillen moeten met een natuurlijk talud worden opgevangen hekwerken langs oevers dienen op 1 meter afstand van de oever te worden geplaats en dienen een open, transparant karakter te hebben. De hoogte van dergelijke hekwerken is maximaal 1 meter erfafscheidingen die dwars op het water staan dienen 1 meter afstand te bewaren van de oever Schoorstenen dienen in baksteen te worden uitgevoerd of met hout omtimmert

Rechtspraak bij dit artikel