a. Relatie met de omgeving
de architectuur moeten bijdragen aan zowel het continue beeld en sfeer van het dorp als aan de herkenbare identiteit van de individuele gebouwen
handhaaf de kleinschalige structuur
samenvoeging van panden is toegestaan, mits de ritmiek van de gevelwand wordt gehandhaafd
handhaaf, waar dat aan de orde is, het doorzicht naar het achterliggende landschap
de nokrichting dient of haaks op, of parallel aan de straat te zijn
b. Massa en opbouw van het gebouw
aanpassingen moeten worden uitgevoerd conform de architectonische vormtaal van het hoofdgebouw
maak duidelijk onderscheid in massa en vormgeving tussen hoofdgebouw en bijgebouwen
bijgebouwen dienen zich bij voorkeur achter het hoofdgebouw te bevinden
aan- en opbouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw
bijzondere functies mogen afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw, materiaalgebruik en vorm
handhaaf de afwisseling in goot- en/of nokhoogte
zadeldaken zijn gewenst
een plat dak of een wolfseind is niet toegestaan
gevels dienen verticaal geleed te zijn; vooral gevels zichtbaar vanaf de openbare weg
c. Detaillering, materiaal en kleurgebruik
de elementen in de gevel (deuren, ramen etc) dienen in een consistente verhouding te staan tot elkaar en de gevel als geheel
de detaillering van hoofddrager en kozijnen dient zorgvuldig te zijn; pas karakteristieke detaillering toe
gebruik in principe materiaal dat voor de dorpskern kenmerkend is, namelijk overwegend metselwerk, met deels hout voor de gevels, hout voor kozijnen en deuren en keramische pannen
gebruik van kunststof is niet toegestaan, tenzij sprake is van houtgelijkende materialen en detailleringen
gebruik kleuren die voor het gebied kenmerkend zijn
witte (lichte) steen als hoofddrager en andere witte (lichte) geveldelen zijn in principe niet toegestaan, met name niet wanneer het gebouw een relatie heeft met het open landschap
balkon- en dakterrasafscheidingen dienen in principe van metaal te zijn met spijlen waardoor een grote openheid ontstaat; de kleur dient donker te zijn; het hekwerk dient ruim binnen de dakrand (boeiboord) geplaatst te worden
oeverbeschoeiingen moeten in principe worden uitgevoerd in hout en dienen zo laag mogelijk worden gehouden; aanwezige hoogteverschillen moeten met een natuurlijk talud worden opgevangen
Hoofdstuk 2 › § 2.2.
Artikel Gebiedsgerichte welstandscriteria lint Uitdam
Artikel Gebiedsgerichte welstandscriteria lint Uitdam
Onderdeel van De raad van de gemeente Waterland,