Als er geen trendsetter is, voldoet een aangebouwd bijbehorend bouwwerk in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als aan onderstaande criteria wordt voldaan:
a. Hoogte
tot 0,30 meter boven de vloer van de eerste verdieping, met een maximale hoogte van 3.25 meter gemeten vanaf aansluitend terrein, tenzij het bouwwerk tegen het hoofdgebouw is aangekapt of is voorzien van een zadeldak in de richting van het hoofdgebouw
b. Oppervlakte
variabel totdat de helft van het erf is bebouwd
c. Diepte (de afmeting haaks op de gevel)
als sprake is van een voorgevel, maximaal 1,20 meter haaks op de gevel gemeten
d. Algemene vormgeving
rechthoekig, eventueel met afgeschuinde hoeken
gevelgeleding afgestemd op de gevelgeleding van het hoofdgebouw
aan de voorgevel vormgegeven als een erker met een lage gemetselde plint en een opbouw met kozijnen
e. Gevelkleur en materiaalgebruik
afgestemd op het hoofdgebouw
f. Afdekking
het aangebouwde bijbehorende bouwwerk heeft een platdak, is aangekapt tegen het hoofdgebouw of is voorzien van een zadeldak in de richting van het hoofdgebouw
tenzij sprake is van een platdak, komt de dakbedekking in beginsel overeen met de dakbedekking van het hoofdgebouw
g. Overige
het aangebouwde bijgehorende bouwwerk voldoet aan de eventuele aanvullende criteria in het gebiedsgerichte beoordelingskader
geen secundaire aangebouwde bijbehorende bouwwerken (bijv. uitbouw aan uitbouw of bijgebouw)
Hoofdstuk 2 › § 2.4.
Artikel Loketcriteria voor vergunningplichtige aangebouwde bijbehorende bouwwerken
Artikel Loketcriteria voor vergunningplichtige aangebouwde bijbehorende bouwwerken
Onderdeel van De raad van de gemeente Waterland,