1.Tot de doelgroep van de langdurigheidstoeslag behoren personen van 21 jaar en ouder doch jonger dan depensioengerechtigde leeftijd met langdurig een laag inkomen, geen in aanmerking te nemen vermogen en geen uitzicht op inkomensverbetering.
2.
a. Personen, die in de referteperiode een uitkering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 of de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten hebben genoten, worden geacht uitzicht opinkomensverbetering te hebben en komen niet voor een langdurigheidstoeslag in aanmerking.
b. Personen die in de referteperiode langer dan 180 dagen rechtens van hun vrijheid beroofd zijn geweest, hebben eveneens geen recht op een langdurigheidstoeslag.
3. De criteria als vermeld in lid 1 en lid 2 alsmede die in artikel 1, lid 2, sub e, gelden bij gehuwden voor beiden.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.
Artikel 2.
Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand 2013