4.1. Aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen
Voor aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen bij een woning gelden de volgende bepalingen:
a.in de bestemming “Tuin” is het niet toegestaan om met toepassing van artikel 3.23 Wro
gebouwen te realiseren;
b.de afstand van een aanbouw, uitbouw of bijgebouw tot de voorgevel van het hoofdgebouw en
het verlengde daarvan mag 0 meter bedragen en -indien voorzien van een kap- niet minder dan 2 meter;
c.de afstand van een aanbouw, uitbouw of bijgebouw tot de zijdelingse perceelgrens mag niet
minder dan 1 m bedragen, tenzij in de perceelgrens wordt gebouwd;
d.de gezamenlijke oppervlakte van de aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen bij een hoofdge-
bouw mag niet meer bedragen dan:
50 m² bij een in een rij aaneengebouwd woonhuis;
70 m² bij een vrijstaande, halfvrijstaande, of twee-onder-een-kap-woning, of bij een woning aan het eind van een rijtje woningen;
met inachtneming van de volgende bepalingen:
De gezamenlijke oppervlakte van bebouwing (aldus alle bebouwing op het perceel aanwezig, zowel aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen en andere bouwwerken als de woning) mag niet meer bedragen dan 50% van de oppervlakte van het achter de voorgevel van het woonhuis en het verlengde daarvan gelegen bouwperceel;
In afwijking van het bepaalde onder 1 mag de gezamenlijke oppervlakte meer bedragen dan 50%, mits de gezamenlijke oppervlakte van de aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen niet meer bedraagt dan 20 m2;
Bij de berekening van de gezamenlijke oppervlakte wordt de oppervlakte van de aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen voor zover gelegen binnen het bouwvlak tussen het verlengde van de zijgevels van het hoofdgebouw niet meegerekend;
Het bouwen mag niet tot gevolg hebben dat de oppervlakte die op grond van het geldende bestemmingsplan voor bebouwing in aanmerking komt met meer dan 50% wordt overschreden;
Het bouwwerk mag niet hoger zijn dan 5m, met dien verstande dat de hoogte van een aanbouw, uitbouw of een aangebouwd bijgebouw minimaal 2 meter lager moet zijn dan de hoogte van het hoofdgebouw;
De goothoogte van een aanbouw, uitbouw of een aangebouwd bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen, met dien verstande dat de goothoogte mag worden verhoogd tot ten hoogste de bouwhoogte van de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw;
De goothoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen;
Artikel 4.
Specifieke bepalingen
Onderdeel van Beleidsregels voor de toepassing van artikel 3.23 van de Wet ruimtelijke ordening voor de gemeente Olst-Wijhl