Naar hoofdinhoud
1. De commissie bestaat uit de volgende leden: een lid op voorstel van de gemeente Houten; een lid op voorstel van de gemeente Bunnik; een lid op voorstel van de gemeente Wijk bij Duurstede; een lid op voorstel van de gemeente Utrechtse Heuvelrug; een lid op voorstel van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden; een lid op voorstel van het Utrechts Particulier Grondbezit; een lid op voorstel van LTO Noord; een lid op voorstel van Het Utrechts Landschap, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en Landschap Erfgoed Utrecht; een lid op voorstel van de Natuur en Milieufederatie Utrecht; een lid op voorstel van de in het gebied Kromme Rijnstreek functionerende Agrarische Natuurvereniging; een lid op voorstel van de Stichting Terecht Anders; een lid op voorstel van de Plaatselijke Groep Leader Kromme Rijn; een lid voor de sectoren recreatie en economie, te bepalen door de voorzitter van de commissie. 2. De commissie kan, indien dit naar het oordeel van de commissie noodzakelijk en gewenst is, de commissie uitbreiden met maximaal twee, door de voorzitter van de commissie te benoemen, extra leden. Indien hiervan gebruik wordt gemaakt, zullen gedeputeerde staten hierover vooraf worden geïnformeerd. 3. Indien sprake is van subcommissies als bedoeld in artikel 8, kan de voorzitter van desubcommissie door de voorzitter van de commissie worden benoemd als commissielid. Indien hiervan gebruik wordt gemaakt, zullen gedeputeerde staten hierover vooraf worden geïnformeerd. 4. De commissie kan gebruik maken van, door de voorzitter van de commissie te benoemen, adviserende leden. Als adviserend lid treedt in ieder geval op een ambtelijke vertegenwoordiger van de provincie Utrecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel