Naar hoofdinhoud
Op grond van artikel 1:4 van de Apv kan de burgemeester voorschriften verbinden aan de exploitatievergunning. De burgemeester kan in het belang van de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf en uit een oogpunt van openbare orde de navolgende voorschriften met betrekking tot de inzet van portiers aan de exploitatievergunning verbinden: De inzet van minimaal één portier is verplicht indien sprake is van het gestelde in artikel 2, eerste lid, onder a tot en met c en zich minimaal 50 bezoekers bevinden in het horecabedrijf. Een tweede portier is verplicht vanaf 200 bezoekers in het horecabedrijf. De portier(s) voldoet/voldoen aan de eisen gesteld bij of krachtens de Wpbr. Portiers dienen ingevolge de Wpbr in het bezit te zijn van een toestemming met bijpassend legitimatiebewijs, afgegeven door de korpschef van het politiekorps in de regio waar de beveiligingsorganisatie of het recherchebureau dan wel een onderdeel daarvan is gevestigd. De exploitant is verplicht om, indien er gebruik wordt gemaakt van portiers, te controleren of de portiers in het bezit zijn van een toestemming met bijbehorend legitimatiebewijs zoals bedoeld in sub d. Het legitimatiebewijs dient op eerste vordering van de daartoe bevoegde ambtenaar ter inzage te worden aangeboden. Portiers dienen te beschikken over het diploma Horecaportier of het diploma Algemeen Beveiligingsmedewerker. De portier is verantwoordelijk voor het toezicht in de directe omgeving van het horecabedrijf en voor het ordelijk verkeer van komende en gaande bezoekers.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel