Naar hoofdinhoud
1.. Als de omgevingsvergunning tot stand is gekomen met de reguliere voorbereidingsprocedure uit de Wabo dan wel de algemene procedurele bepalingen van de Awb, gelden in aanvulling op de Wabo dan wel de Awb de volgende procedurele bepalingen: a. alvorens te besluiten tot intrekking van de omgevingsvergunning stuurt het college de vergunninghouder het voornemen tot intrekking toe; b. in het voornemen krijgt de vergunninghouder de gelegenheid een zienswijze op het voornemen in te dienen; c. de termijn voor het indienen van een zienswijze bedraagt 4 weken; d. het college neemt binnen 8 weken na ontvangst van een tijdig ingebrachte zienswijze een definitief besluit over het al dan niet intrekken van de omgevingsvergunning; e. bij het definitieve besluit betrekt het college een ingebrachte zienswijze. 2.. Als de omgevingsvergunning tot stand is gekomen met de uitgebreide voorbereidingsprocedure uit de Wabo dan wel de uniforme openbare voorbereidingsprocedure uit de Awb, gelden in aanvulling op de Wabo dan wel de Awb de volgende procedurele bepalingen: a. als de termijn voor het indienen van een zienswijze ongebruikt is verstreken, neemt het college binnen 4 weken na het einde van deze termijn een definitief besluit over het al dan niet intrekken van de omgevingsvergunning; b. het college neemt binnen 12 weken na ontvangst van een tijdig ingebrachte zienswijze een definitief besluit over het al dan niet intrekken van de omgevingsvergunning; c. bij het definitieve besluit betrekt het college een ingebrachte zienswijze.

Rechtspraak bij dit artikel