Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet
nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet
werk en bijstand.
In deze verordening wordt verstaan onder:
college: het college van burgemeester en
wethouders;
wet: de Wet werk en bijstand;
WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en
schoolkosten;
Wsf : Wet studiefinanciering 2000;
peildatum: de datum waarop in enig jaar het recht op de
langdurigheidstoeslag ontstaat;
referteperiode: een aaneengesloten periode van 36
maanden voorafgaand aan de peildatum;
inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de
wet, waarbij voor de zinsnede “een periode waarover een
beroep op bijstand wordt gedaan” moet worden gelezen “de
referteperiode”. Een bijstandsuitkering wordt, in
afwijking van artikel 32 van de wet, voor beoordeling
van het recht op een langdurigheidstoeslag als inkomen
aangemerkt;
uitzicht op inkomensverbetering: personen die in de
komende jaren een ruimer inkomen kunnen verkrijgen,
waaronder in ieder geval begrepen personen met een
inkomen uit Wet studiefinanciering (Wsf) of de Wet
tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten
(WTOS).