De hoogte van de langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar:
de gehuwden tezamen: 38,5% van de bijstandsnorm op 1
januari, zoals opgenomen in artikel 21 onder c van de
wet;
alleenstaande ouders: 38,5% van de som van de
bijstandsnorm op 1 januari, zoals opgenomen in artikel
21 onder b van de wet en de toeslag, genoemd in artikel
25, tweede lid, op 1 januari van de wet;
alleenstaande: 38,5% van de som van de bijstandsnorm op
1 januari zoals opgenomen in artikel 21 onder a
van de wet en de toeslag, genoemd in
artikel 25, tweede lid, op 1 januari van de wet;
de bedragen worden naar boven afgerond op hele
euro’s.
Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie op de
peildatum bepalend.
Op de toeslag, zoals opgenomen in het eerste lid, wordt in
mindering gebracht het bedrag op jaarbasis waarmee de uitkering
(inclusief de aanvulling op basis van de Toeslagenwet) van de
belanghebbende, de van toepassing zijnde bijstandsnorm
overschrijdt.
Indien slechts een van de gehuwdenrecht op
langdurigheidstoeslag heeft, is voor hem de norm gelijk aan de
norm die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou
moeten gelden.