Naar hoofdinhoud

§ 2.

Artikel 3

Aanspraak

Onderdeel van Verzamelverordening WWB, IOAW, IOAZ en Bbz 2013

1.. Het college biedt ondersteuning krachtens deze verordening ten behoeve van de persoon die behoort tot de doelgroep en die dit naar het oordeel van het college nodig heeft bij de arbeidsinschakeling of zelfstandige maatschappelijke participatie. Deze ondersteuning kan bestaan uit een voorziening verstrekt aan belanghebbende dan wel de werkgever ten behoeve van belanghebbende. 2.. Er bestaat geen aanspraak op ondersteuning voor zover er een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening die voldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie. 3.. Het college stemt de ondersteuning en voorzieningen af op het vergroten van de zelfredzaamheid van belanghebbenden via de kortste weg naar duurzaam regulier werk. 4.. Een niet-uitkeringsgerechtigde (nug-ger) heeft geen aanspraak op ondersteuning krachtens deze verordening indien: Het gezinsinkomen hoger is dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm en/of het vermogen hoger dan het maximaal vrij te laten vermogen conform de WWB; hij / zij betaalde arbeid verricht gedurende meer dan 12 uur per week; hij / zij niet bereid is om gedurende tenminste 12 uur per week algemeen geaccepteerde arbeid te verrichten. 5.. Jongeren tot 27 jaar krijgen de eerste vier weken na melding (zoektijd) geen ondersteuning gericht op re-integratie tenzij er sprake is van een WW uitkering. De laatste vier weken gelden dan als zoektijd. Hierna kan in beginsel pas een voorziening worden ingezet als gebleken is dat er voldoende inspanning geleverd is om werk te vinden of terug te keren naar school en dit geen resultaat heeft opgeleverd en het college heeft vastgesteld dat er een noodzaak bestaat tot het inzetten van een voorziening.

Rechtspraak bij dit artikel