De toeslag voor de alleenstaande van 23 jaar of ouder of
de alleenstaande ouder, in wiens woning géén ander zijn
hoofdverblijf heeft, bedraagt 20 procent.
De toeslag voor de alleenstaande van 23 jaar of ouder of
de alleenstaande ouder bedraagt 10 procent, indien: a in
de woning een ander of meerdere anderen zijn/hun
hoofdverblijf heeft/hebben; b sprake is van
onzelfstandige woonruimte.
In uitzondering op het tweede lid sub a bedraagt de
toeslag 20 procent als de ander
het ten laste komend kind is, of
een meerderjarig kind is dat Rijk’s kas
bekostigd onderwijs volgt; of
een meerderjarig kind is dat: - een zorgbehoefte
heeft; - deze behoefte is vastgesteld en
geïndiceerd door het CIZ voor tenminste 10 uur per
week en; - de alleenstaande ouder deze zorg voor
tenminste 10 uur verleent.
Aan de alleenstaande of de alleenstaande ouder die géén
aantoonbare woonkosten zelf betaalt wordt géén toeslag
verstrekt.
Aan de alleenstaande van 21 of 22 jaar wordt géén
toeslag verstrekt.
Hoofdstuk 2
Artikel 2
Toeslagen alleenstaande en alleenstaande ouders
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand 2013