1. Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of
een speciale school
voor basisonderwijs bezoekt, van wie het inkomen tezamen meer bedraagt
dan € 24.300, wordt slechts bekostiging verstrekt voor zover de kosten
van het vervoer van die leerling de kosten van het openbaar vervoer over
de in artikel 11 bepaalde afstand te boven gaan. 2. In geval het college
in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het vervoer zelf
verzorgt dan wel doet verzorgen, betalen de ouders van een leerling die
een school voor basisonderwijs of een speciale school voor
basisonderwijs bezoekt, per schooljaar een eigen bijdrage die gelijk is
aan de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 11 bepaalde
afstand, indien het inkomen van de ouders meer bedraagt dan € 24.300. 3.
De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede lid,
betreffen de kosten van openbaar vervoer die op grond van de
zone-indeling in de regeling die is gebaseerd op artikel 30, eerste lid,
van de Wet personenvervoer 2000, voor de afstand redelijkerwijs zouden
worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer of het
daadwerkelijk gebruik ervan. 4. Het bedrag van € 24.300, genoemd in het
eerste en tweede lid, wordt met ingang van 1 januari 2014 jaarlijks
aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van
volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande
jaar en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 450. Het aangepaste
bedrag treedt in plaats van het in het eerste en tweede lid genoemde
bedrag van € 24.300. 5. Deze bepaling is niet van toepassing op degene
aan wie ingevolge titel 6 een vervoersvoorziening is verstrekt.
Titeldeel 5
Artikel 24
Drempelbedrag
Onderdeel van Verordening Leerlingenvervoer gemeente Vlaardingen 2013