1. Indien de subsidieverlening € 15.000 of meer, maar minder dan € 50.000 bedraagt, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college:
a. bij een incidentele subsidie, uiterlijk twaalf weken na afloop van de activiteiten;
b. bij een structurele subsidie, uiterlijk voor 1 juni in het jaar na afloop van het kalenderjaar, waarvoor de subsidie is verleend.
2. De aanvraag tot vaststelling bevat:
a. een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht;
b. een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening incl. balans, verlies- en winstrekening en toelichting daarop);
c. een beschrijving van de doelgroep en de mate waarin de doelgroep is bereikt;
d. een beschrijving van de mate waarin de beleidsdoelstelling met de activiteiten is gerealiseerd.
3. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.
Hoofdstuk 9
Artikel 18
Verantwoording subsidies vanaf € 15.000 tot € 50.000
Onderdeel van Algemene Subsidieverordening Vlaardingen 2011