1. De aanvrager toont de noodzaak tot verlening van een ontheffing aan.
2. De ontheffing wordt verleend voor een bepaalde, zo kort mogelijke, termijn met een maximale geldigheidsuur van één kalenderjaar. Voor de ontheffing voor autoluwe gebieden geldt de maximale geldigheidsduur genoemd in artikel 11.
3. De ontheffing wordt verleend voor een bepaald wegvak of autoluw gebied.
4. De ontheffing is voertuiggebonden, tenzij in de ontheffing anders is bepaald.
5. Het college kan voor de Holyweg, Woudweg en Breeweg een ontheffing verlenen voor de geldende aslast van maximaal 4,8 ton. Voor de Breeweg is hierbij een ontheffing mogelijk tot maximaal 6,7 ton, voor de Holyweg en Woudweg een ontheffing tot maximaal 9,6 ton. Bij meer dan 2 assen daalt de maximaal toegestane aslast waarbij het maximale voertuiggewicht leidend is.
6. De ontheffing vermeldt in ieder geval:
a. naam van de aanvrager;
b. naam en adres van de ontheffinghouder;
c. voor zover het een voertuig betreft waarvoor een kentekenbewijs is afgegeven:
het kenteken van het voertuig, waarvoor de ontheffing is verleend;
d. voor zover het een voertuig betreft waarvoor geen kentekenbewijs is afgegeven:
het type, merk en kleur van het voertuig;
e. het tijdvak en (de) wegvak (ken) of het autoluwe gebied waarvoor de ontheffing is verleend;
f. de geldigheidsduur van de ontheffing;
g. voor welke verkeersregels en verkeerstekens uit artikel 87 RVV de ontheffing is verleend;
h. de bezwaar- en beroepsclausule;
i. de voorschriften en beperkingen die aan de ontheffing zijn verbonden.
7. Naast de ontheffing wordt een ontheffingskaart verstrekt. De ontheffingskaart vermeldt ten minste:
a. naam van de aanvrager;
b. naam en adres van de ontheffinghouder;
c. de datum van de ontheffing;
d. voor zover het een voertuig betreft waarvoor een ontheffing is verleend: het kenteken van het voertuig, waarvoor ontheffing is verleend;
e. voor zover het een voertuig betreft waarvoor geen kentekenbewijs is afgegeven: het type, merk en kleur van het voertuig;
f. de geldigheidsduur van de ontheffing;
g. een omschrijving van het gebied waarvoor de ontheffing is verleend;
h. voor welke verkeersregels en verkeerstekens uit artikel 87 RVV de ontheffing is verleend;
i. een verwijzing naar de voorschriften en beperkingen die vermeld staan in de ontheffing.
8. Het college kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een ontheffing ter bescherming van de belangen in verband waarmee de ontheffing is vereist.
9. Degene aan wie ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen in acht te nemen.
10. Het college kan de ontheffing weigeren indien een eerdere ontheffing van de aanvrager in de twee jaren voorafgaand aan de beslissing op de aanvraag, wegens handelen in strijd met de ontheffingsvoorschriften en- beperkingen, is ingetrokken.
Artikel 4
Beoordelingscriteria, voorschriften en beperkingen
Onderdeel van Beleidsregels ontheffingen artikel 87 RVV 1990 Vlaardingen 2013