1.Indien het bezit waarover de belanghebbende beschikt of redelijkerwijs
kan beschikken tenminste driemaal de toepasselijke bijstandsnorm
bedraagt, verrekent het college de recidiveboetezonder inachtneming van
de beslagvrije voet.
2.De verrekening, bedoeld in het eerste lid, geschiedt gedurende een
tijdvak van ten hoogstedrie maanden met ingang van de eerste dag van de
kalendermaand volgend op de dagtekeningwaarop de bestuurlijke boete is
opgelegd.
Hoofdstuk 2
Artikel 2
Verrekenen bij voldoende bezit
Onderdeel van Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Capelle aan den IJssel 2013