Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld
in artikel 2 van toepassing is, zonder vergunning van het
college is geveld ( anders dan bij wijze van dunning) dan wel op
andere wijze teniet is gegaan, zal het college aan de zakelijk
gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond dan
wel degene die uit andere hoofde tot het treffen van
voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om de
geldelijke waarde van de houtopstand volgens Methode Raad te
vergoeden.
De financiële compensatie wordt gestort in het gemeentelijk
bomenfonds. Het bomenfonds wordt gebruikt voor de aanplant van
nieuwe houtopstand.
Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd,
dan kan daarbij tevens worden bepaald op welke wijze en binnen
welke termijn de vergoeding dient te worden voldaan.
Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
artikel 2 van toepassing is, in het voortbestaan ernstig wordt
bedreigd, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de
grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel degene die uit
andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de
verplichting opleggen om overeenkomstig de door het college te
geven aanwijzingen binnen een door het college te stellen
termijn, voorzieningen te treffen, waardoor de bedreiging wordt
weggenomen.
Hoofdstuk
Artikel 11:
financiële compensatie/instandhoudingplicht
Onderdeel van Bomenverordening Steenbergen 2010