1. Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens deze verordening
zoals bedoeld in artikel 20 lid 2 blijven van kracht tot de tijd
waarvoor zij zijn verleend is verstreken of totdat zij worden
ingetrokken
2. Een aanvraag om vergunning, ingediend op grond van de vervallen
bepalingen bedoeld in het eerste lid en waarop nog geen besluit is
genomen op het tijdstip van inwerkingtreding van de onderhavige
verordening, wordt behandeld als een aanvraag om een vergunning
overeenkomstig de bepalingen van de onderhavige vergunning.