Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 11:

financiële compensatie/instandhoudingplicht

Onderdeel van Bomenverordening Steenbergen 2010

Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in artikel 2 van toepassing is, zonder vergunning van het college is geveld ( anders dan bij wijze van dunning) dan wel op andere wijze teniet is gegaan, zal het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om de geldelijke waarde van de houtopstand volgens Methode Raad te vergoeden. De financiële compensatie wordt gestort in het gemeentelijk bomenfonds. Het bomenfonds wordt gebruikt voor de aanplant van nieuwe houtopstand. Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald op welke wijze en binnen welke termijn de vergoeding dient te worden voldaan. Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in artikel 2 van toepassing is, in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door het college te geven aanwijzingen binnen een door het college te stellen termijn, voorzieningen te treffen, waardoor de bedreiging wordt weggenomen.

Rechtspraak bij dit artikel