9.1 De commissie brengt zo spoedig mogelijk schriftelijk advies uit aan burgemeester enwethouders.
9.2 De commissie brengt een integraal advies uit, waarin een duidelijk onderscheid is aangebrachttussen welstandsaspecten en monumentenaspecten.
9.3 Het welstandsadvies geeft aan of de aanvraag al dan niet in strijd is met redelijke eisen vanwelstand.
9.4 Het welstandsadvies kan worden gecombineerd met suggesties voor beleid of procedurelezaken. Deze suggesties maken geen deel uit van de conclusies van het advies en zijnvrijblijvend.
9.5 Indien de aanvraag een rijks- of gemeentelijk monument betreft brengt de commissie advies uitop grond van de in de gemeentelijke monumentenverordening genoemde toetsingskaders.
9.6 Op een aanvraag kan positief of negatief worden geadviseerd.
9.7 Indien de commissie voornemens is om over een plan afwijzend te adviseren, en zijmogelijkheden ziet tot verbetering van dit plan, stelt zij de indiener dan wel zijn gemachtigde inde gelegenheid om zijn plan aan te passen op de door haar gewenste wijze.
9.8 Het advies is gemotiveerd, tenzij het strekt tot een onvoorwaardelijk positief oordeel over eenplan.
9.9 Het advies wordt door de voorzitter ondertekend. De commissie kan de ondertekening van deadviezen zoals omschreven in artikel 8.7 mandateren aan de ambtelijke ondersteuning.
9.10 Een afschrift van het advies wordt aan de melder of de aanvrager om vergunning dan wel zijngemachtigde verstrekt.
9.11 De aanvrager kan een mondelinge toelichting vragen op het advies bij de ambtelijk secretarisof de commissie.
9.12 De commissie brengt in ieder geval binnen een zodanige termijn advies uit, dat het collegebinnen de termijnen genoemd in de Wabo, de Bouwverordening en de Algemene wetbestuursrecht tijdig een beslissing kan nemen.