**1..** Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 APV weigert de burgemeester de exploitatievergunning:
indien voor de exploitatie of vestiging van een horeca-inrichting tevens een vergunning op basis van de Drank- en Horecawet is vereist en deze vergunning is geweigerd;
indien de openbare orde en/of veiligheid ter plaatse door de aanwezigheid van de horeca-inrichting in gevaar komt;
indien de woon- en/of leefomgeving op onaanvaardbare wijze negatief zal worden beïnvloed;
indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet in overeenstemming is met de ingediende aanvraag.
**2..** Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 APV weigert de burgemeester de exploitatievergunning:
wegens strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan, beheersverordening of stadsvernieuwingsplan;
indien de termijn zoals bedoeld in artikel 1:7 derde lid nog niet is verstreken.
**3..** Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 APV weigert de burgemeester al dan niet gedeeltelijk de exploitatievergunning indien één of meer leidinggevenden niet voldoen aan de volgende eisen:
de leidinggevende staat niet onder curatele of is uit de ouderlijke macht of voogdij ontzet;
de leidinggevende is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;
de leidinggevende heeft de leeftijd van éénentwintig jaar bereikt.
**4..** Voor horecabedrijven waarvan de exploitatievergunning op grond van artikel 2:29A eerste lid onder e., is ingetrokken, kan door de burgemeester worden bepaald dat een exploitatievergunning voor dat horecabedrijf gedurende een bij die intrekking vastgestelde termijn van ten hoogste vijf jaar wordt geweigerd.
**5..** Onverminderd het bepaalde in artikel 1:4 APV kan de burgemeester in het belang van de openbare orde, veiligheid, volksgezondheid, zedelijkheid of het woon- en leefklimaat, voorschriften en beperkingen verbinden aan een exploitatievergunning.
**6..** Voor zover een exploitatievergunning ook betrekking heeft op één of meer bij het horecabedrijf behorende terrassen op de openbare weg, kan de burgemeester onverminderd het bepaalde in artikel 1:4 APV, daaraan tevens voorschriften en beperkingen verbinden met het oog op het doelmatig gebruik van de openbare ruimte, het uiterlijk aanzien van de gemeente, de veiligheid, en het onderhoud van de openbare weg en de zich daarop, daarin, daaronder of daarboven bevindende voorzieningen.