**1..** Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 APV trekt de
burgemeester de exploitatievergunning in, indien:
ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
zijn verstrekt, waardoor op de aanvraag een andere
beslissing zou zijn genomen, als bij de beoordeling
daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren
geweest;
niet langer wordt voldaan aan de in artikel 2:29 lid 3
gestelde eisen;
voor het horecabedrijf een vergunning op grond van de
Drank- en Horecawet is vereist en deze is
ingetrokken;
een niet daarin vermelde persoon leidinggevende is
geworden met betrekking tot het horecabedrijf, waarop de
vergunning betrekking heeft;
zich in het betrokken horecabedrijf feiten hebben
voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht
blijven van de exploitatievergunning gevaar oplevert
voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid;
de openbare orde, veiligheid of het woon - en
leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf op
ontoelaatbare wijze wordt verstoord door de aanwezigheid
van dat horecabedrijf.
**2..** De burgemeester kan onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 APV
een exploitatievergunning intrekken, indien:
gehandeld wordt in strijd met enig bij of krachtens deze
verordening gegeven voorschrift of beperking;
de omstandigheden of inzichten zodanig zijn gewijzigd,
dat de exploitatievergunning, indien zij thans was
aangevraagd, zou zijn geweigerd.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 8
Artikel 2:29A
Intrekkingsgronden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Veenendaal