**1..** De burgemeester kan een horecabedrijf sluiten, indien:
dat bedrijf wordt geëxploiteerd zonder geldige
exploitatievergunning;
dat bedrijf wordt geëxploiteerd in strijd met de aan de
exploitatievergunning verbonden voorschriften of
beperkingen.
**2..** De burgemeester kan één of meer horecabedrijven in het belang
van de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid, of
als er naar zijn oordeel sprake is van bijzondere
omstandigheden, voor een bepaalde duur sluiten.
**3..** De sluiting wordt geacht in het openbaar bekend te zijn gemaakt
zodra een besluit tot sluiting op, in of nabij de toegang of
toegangen van het horecabedrijf is aangebracht.
**4..** Een sluiting kan op aanvraag van belanghebbenden door de
burgemeester worden opgeheven, wanneer later bekend geworden
feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn
oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling
van de gronden die tot de sluiting hebben geleid, zal
plaatsvinden.
**5..** Het in het tweede lid bepaalde geldt niet voor zover in het
onderwerp van de regeling van het tweede lid wordt voorzien door
artikel 13b van de Opiumwet.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 8
Artikel 2:30A
Sluiting van een horecabedrijf
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Veenendaal