5.1 Een besluit waarin wordt voorzien in de toekenning van een starterslening kan door burgemeester en wethouders worden ingetrokken wanneer:
er niet voldaan is aan de bij of krachtens deze verordening gestelde voorschriften en/of bepalingen;
de starterslening is toegekend of vastgesteld op grond van onjuiste gegevens;
de koopovereenkomst voor de woning wordt ontbonden.
5.2 Bij de intrekking wordt de contante waarde van het al genoten en/of toekomstige rentevoordeel geheel of gedeeltelijk teruggevorderd, eventueel met de mogelijkheid van beslaglegging;
5.3 Indien overtreding van de bepalingen in deze beleidsregels de aanvrager verschoonbaar is, kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat de bovengenoemde sancties geheel of gedeeltelijk achterwege gelaten worden.
Artikel 5.
Intrekken van de starterslening
Onderdeel van Verordening voor het verstrekken van startersleningen door het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse Gemeenten