Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Huisvestingsverordening WERV - Wageningen 2013

In deze verordening wordt verstaan onder: aanbodmodel: model waarbij woonruimte te huur wordt aangeboden door middel van een advertentiemedium, waarbij woningzoekenden zelf reageren op de aangeboden woonruimte en de uiteindelijke huurder door de eigenaar wordt geselecteerd uit de binnengekomen reacties aan de hand van de inschrijvingsduur bij Huiswaarts.nu; besluit: het Huisvestingsbesluit; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wageningen; economische binding: de binding van een persoon aan de WERV daarin gelegen dat die persoon voor de voorziening in het bestaan is aangewezen op het verrichten van arbeid binnen of vanuit de WERV. Er moet dan minimaal sprake zijn van een contract van een halve werkweek met een duur van tenminste 1 jaar. Ook degene die een dagopleiding volgt aan een in de WERV gevestigde instelling van onderwijs heeft deze binding. eigenaar: degene die bevoegd is tot het in gebruik geven van een woonruimte; huishouden: een alleenstaande of twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren; huisvestingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 7, lid 1 van de Wet; Huiswaarts.nu: internetsite/advertentiemedium waar woningzoekenden zich kunnen inschrijven voor het verkrijgen van een huurwoning; huurprijs: de rekenhuur volgens artikel 5 van de Wet op de Huurtoeslag; huurprijsgrens: het bedrag dat wordt genoemd in artikel 13, lid 1, onder a van de Wet op de huurtoeslag; ingezetene: degene die in de gemeentelijke basisadministratie (GBA) in een van de WERV- gemeenten is opgenomen en daar feitelijk hoofdverblijf heeft; lotingmodel: model waarbij woonruimte te huur wordt aangeboden door middel van een advertentiemedium, en de toewijzing plaatsvindt via een geautomatiseerde loting, en het inschrijfnummer bij Huiswaarts.nu van de woningzoekende die deelneemt aan de loting, als lotnummer geldt; maatschappelijke binding: de binding van een persoon aan de WERV daarin gelegen dat die persoon een redelijk met de plaatselijke samenleving verband houdend belang heeft zich in dit gebied te vestigen. Een maatschappelijke binding wordt in elk geval aangenomen ten aanzien van een persoon die: ten minste 1 jaar onafgebroken ingezetene is in een van de WERV-gemeenten of gedurende de voorafgaande 10 jaar ten minste 6 jaar onafgebroken ingezetene is geweest van een van de WERV-gemeenten. optiemodel: model waarbij woonruimte te huur wordt aangeboden aan woningzoekenden die hebben aangegeven in aanmerking te willen komen voor woonruimte van een bepaalde groep woningen en waarbij de toewijzing plaatsvindt aan de hand van de inschrijvingsduur bij Huiswaarts.nu voor de betreffende groep woningen; onzelfstandig woonruimte: woonruimte die geen eigen toegang heeft en die niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; toegelaten instelling: een instelling als bedoeld in artikel 70, lid 1 van de Woningwet; WERV: de gemeenten Wageningen, Ede, Rhenen en Veenendaal; Wet: de Huisvestingswet; woonruimte: besloten ruimte die, al dan niet te zamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden; zelfstandige woonruimte: woonruimte die een eigen toegang heeft en die door een huishouden kan worden bewoond, zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte. Artikel 2 Beslistermijn Het college beslist op aanvragen voor het verkrijgen van een vergunning op grond van deze verordening binnen 8 weken na de dag waarop de aanvraag is ontvangen. Het college kan zijn beslissing voor ten hoogste 8 weken verdagen. Indien het college niet binnen de beslistermijn heeft besloten wordt de aangevraagde vergunning geacht te zijn verleend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel