Er is geen indicatie voor hulp bij het huishouden als de problemen
van de cliënt afdoende kunnen worden opgelost met technische
hulpmiddelen. Hulpmiddelen kunnen bestaan uit algemeen gebruikelijke
huishoudelijke apparatuur, zoals een wasmachine of stofzuiger. Deze
hulpmiddelen dienen uit oogpunt van verantwoorde werkomstandigheden
ook voor een helpende aanwezig te zijn. Daarnaast kan gebruik
gemaakt worden van al aanwezige hulpmiddelen, zoals een droogtrommel
of een afwasmachine. Als dergelijke apparaten niet aanwezig zijn
maar wel een adequate oplossing zouden bieden voor het probleem,
hebben deze hulpmiddelen de voorkeur boven het inzetten van hulp.
Hulpmiddelen kunnen ook gefinancierd zijn uit een andere
betalingsregeling, gericht op of aangepast aan de handicap van de
cliënt (AWBZ, Regeling hulpmiddelen of Wmo (indien het overige
voorzieningen betreft)). Zonodig kan de cliënt gewezen worden op de
mogelijkheid van de eerstelijns ergotherapie voor ergonomische
consultatie bij het leren omgaan met hulpmiddelen/het reorganiseren
van het huishouden. De cliënt kan voor de tijd dat de hulpmiddelen
er niet zijn in aanmerking komen voor kortdurende hulp bij de
huishouding, bij wijze van overbruggingszorg.
Deel › Hoofdstuk 2
Artikel 2.2.2
Technische hulpmiddelen
Onderdeel van Beleidsregels hulp bij het huishouden en gebruikelijke zorg behorende bij de Voorzieningenverordening WMO 2010