Indien de zorgvrager deel uitmaakt van een leefeenheid bestaande uit
meerdere personen (meerpersoonshuishouden) moet de indicatiesteller
vaststellen wat, gezien de samenstelling van die leefeenheid, in dat
geval verstaan wordt onder gebruikelijke zorg van huisgenoten voor
elkaar. Pas dan kan het college besluiten op welke Wmo-zorg de
zorgvrager redelijkerwijs is aangewezen.In geval zorgvrager een
éénpersoonshuishouden voert is er geen sprake van gebruikelijke
zorg.
Deel › Hoofdstuk 4
Artikel 4.1
Een- en meerpersoonshuishouden
Onderdeel van Beleidsregels hulp bij het huishouden en gebruikelijke zorg behorende bij de Voorzieningenverordening WMO 2010