Omdat de gemeente voor maatwerk wil staan en niet rigide wil zijn, hebben de consulenten van de gemeente een cruciale rol in de benadering van de vraag. Voorheen had de gemeente in het kader van de Wet voorzieningen gehandicapten de zorgplicht voor die burgers die ergonomische belemmeringen ondervonden bij hun maatschappelijk functioneren. De Wmo verlangt dat mensen hun eigen verantwoordelijkheid nemen bij het oplossen van hun vraag. Ook de omgeving (het gezin, de familie, de buurt, etc.) van de klant speelt daarbij een belangrijke rol. De gemeente stelt de zelfredzaamheid en het organisatorisch vermogen van personen met beperkingen centraal. Dit betekent dat zij een afweging wil maken bij een vraag met betrekking tot de eigen mogelijkheden van de klant of diens omgeving alvorens ondersteuning te bieden vanuit de compensatieplicht van de gemeente. De eigen verantwoordelijkheid hangt nauw samen met de wijze waarop de gemeente in de verordening en de beleidsregels de compensatieplicht inhoud geeft.
Hoe kan een burger de eigen verantwoordelijkheid vormgeven?
Een aantal beperkingen kan een burger zelf compenseren door aanschaf van een algemeen gebruikelijke voorziening. Dit is een voorziening die overal (in het reguliere economische verkeer) te verkrijgen is, laagdrempelig in de aanschaf en ook wordt aangeschaft door mensen zonder beperkingen. Een elektrische fiets of een verhoogd toilet zijn bijvoorbeeld algemeen gebruikelijk. De burger kan een beroep doen op een voorhanden zijnde voorliggende voorziening.
Indien er geen sprake is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan het optreden van de beperking, is een beroep op de ondersteuning bij de gemeente niet noodzakelijk. De burger heeft dan zelf de mogelijkheid om ook deze kosten te dragen. Bij het doen van een beroep op de eigen verantwoordelijkheid van de burger moeten we altijd kijken naar de individuele situatie. Van de burger verlangen we dat hij bij keuzes die hij maakt, rekening houdt met zijn levensfase en de beperkingen die horen bij de individuele omstandigheden. Een burger moet naar levensfase anticiperen op zijn eigen behoeften. Er kunnen altijd individuele omstandigheden zijn, waardoor dit geen reëel verlangen is en een beroep op ondersteuning van de gemeente noodzakelijk is.
De gemeente ondersteunt, als de eigen mogelijkheden niet leiden tot een aanvaardbare oplossing, de burger door de beperkingen te compenseren. Vanuit deze compensatieplicht maakt de gemeente afwegingen. Indien een burger komt met een vraag, maakt de consulent van de gemeente een afweging aan de hand van de volgende stappen.
Stap 1 Wat is de vraag?
De consulent benadert de vraag van de klant niet vanuit het aanbod aan producten. Niet de gevraagde voorziening staat centraal, maar eerst moet helder gesteld zijn wat precies de vraag van de klant is.
Stap 2 Wat zijn de mogelijkheden van de klant zelf?
Als de vraag in beeld is, worden de mogelijkheden van de klant zelf onderzocht. Kan de klant zelf (een deel van) het probleem oplossen? Kan familie, vrienden of de buurt ondersteuning bieden? Mensen die dat kunnen, dienen voor problemen die zich voordoen zelf oplossingen te bedenken in de eigen omgeving. De gemeente kan mensen daarbij ondersteunen. Er wordt uitgegaan van de eigen kracht van de burger.
Stap 3 Samen op zoek naar geschikte oplossingen
Als aanvulling op de mogelijkheid om een beroep te doen op de eigen verantwoordelijkheid gaat de gemeente samen met de klant kijken welke oplossingen beschikbaar zijn. Voorzieningen (collectief of individueel) worden ingezet om gezamenlijk te komen tot een adequate ondersteuning en compensatie van de ondervonden beperkingen.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.1
Maatwerk
Onderdeel van Beleidsregels behorende bij de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Eemnes 2011