Naar hoofdinhoud
Bij al deze onderdelen (zie §3.1 t/m §3.3) geldt dat voorliggende voorzieningen voorgaan. Reden hiervoor is dat voorzieningen die voor een ieder, ook zonder beperking, algemeen gebruikelijk en toegankelijk zijn, dat voor aanvrager met een beperking ook zijn. Op basis van de hardheidsclausule kan in bijzondere situaties altijd – maar bij uitzondering – van deze regels worden afgeweken. Aan de hand van de normtijden, zoals genoemd in de Beleidsregel hulp bij het huishouden, kan voor de individuele situatie een inschatting worden gemaakt hoeveel tijd voor de hulp bij het huishouden noodzakelijk is. Conform artikel 11 van de verordening kan de klasse worden bepaald. De toekenning is in principe, omdat er nog gekeken dient te worden naar voorliggende voorzieningen. Voorliggende voorzieningen, die altijd algemeen gebruikelijk zijn, kunnen gevonden worden in: kinderopvang (crèche, kinderdagverblijf, overblijfmogelijkheden op school, voor- of naschoolse opvang); oppascentrales; maaltijddiensten; hondenuitlaat-service; boodschappendiensten enz. Het niet gebruik willen maken van een voorliggende voorziening is geen reden om toch een voorziening toe te kennen. De kosten verbonden aan de voorliggende voorziening worden niet vergoed, tenzij er sprake zou kunnen zijn van een zogenaamd extreem laag inkomen als geldt bij het begrip algemeen gebruikelijk: een inkomen dat door kosten op grond van de ziekte of het probleem onder de bijstandsnorm uitkomt of dreigt uit te komen door deze kosten. Indien het gaat om zorg in natura, dan kan de toe te kennen hulp bij het huishouden bij beschikking worden toegekend en tevens doorgegeven worden aan de instelling die deze gaat verzorgen. Hierbij is relevant dat de instelling de inhoudelijke opbouw van de indicatie kent. Daardoor kan voorkomen worden dat activiteiten worden uitgevoerd waarvoor geen hulp is toegekend. Omdat sprake is van een eigen bijdrage moeten de benodigde gegevens worden doorgegeven aan het CAK, die deze eigen bijdragen vaststelt en int. Gaat het om een persoonsgebonden budget, dan kan, indien aan het gestelde in artikel 6 is of kan worden voldaan en er geen overwegende bezwaren bestaan, het persoonsgebonden budget bij beschikking worden toegekend en ingevolge lid 4 van artikel 6 worden uitbetaald. Ook in deze situatie dienen de benodigde gegevens voor het vaststellen en innen van de eigen bijdrage aan het CAK worden doorgegeven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel