Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.7

Verantwoording van het persoonsgebonden budget

Onderdeel van Beleidsregels behorende bij de Voorzieningenverordening Wmo 2010

Het is in het kader van de Wmo aan de gemeente zelf om te beoordelen welke combinatie aan controles wordt uitgevoerd om intern vast te stellen of de in rekening gebrachte kosten juist en rechtmatig zijn. In de verordening wordt toegestaan dat een persoonsgebonden budget geheel naar eigen inzicht via de verstrekking van een lump-sum bedrag wordt besteed. Het is voldoende dat intern zichtbaar en controleerbaar is vastgesteld dat de ontvanger van het persoonsgebonden budget dat rechtmatig heeft ontvangen (dus op grond van een strenge indicatie en beschikking). Iedere budgethouder dient wel de volgende stukken te bewaren: Hulp bij het huishouden - een overzicht van de loonadministratie met bewijsmiddelen (declaraties van de persoon of instantie bij wie de aanvrager de hulp bij het huishouden betrekt en bewijsstukken van betalingen aan de persoon of instantie bij wie de aanvrager de hulp bij het huishouden betrekt). - de overeenkomst met de persoon of instantie bij wie de aanvrager de hulp bij het huishouden betrekt. Overige voorzieningen - de originele nota/factuur van de aangeschafte voorziening; - het betalingsbewijs van aanschaf van de voorziening

Rechtspraak bij dit artikel