2.9.1 Eigen bijdrage
Indien er sprake is van een individuele voorziening in natura of een persoonsgebonden budget dient een eigen bijdrage te worden betaald. Dit is bepaald in artikel 7 van de verordening.
Een aantal voorzieningen is echter op grond van de Wmo en/of de verordening uitgesloten van het heffen van de eigen bijdrage. Uitgesloten zijn:
- rolstoelen;
- alle voorzieningen voor kinderen onder de 18 jaar;
- collectief vervoer OV TAXI (= een algemene voorziening);
- overige algemene voorzieningen
- alle voorzieningen indien de aanvrager of zijn partner een intramurale AWBZ-bijdrage is verschuldigd ingevolge artikelen 4 of 14 van het Bijdragebesluit zorg.
De eigen bijdrage wordt dus wel vastgesteld voor de volgende voorzieningen:
- hulp bij het huishouden
- niet bouwkundige en woontechnische woonvoorzieningen (bijvoorbeeld douchestoel)
- scootmobiel
- overige vervoersvoorzieningen die niet als financiële tegemoetkoming worden verstrekt.
De eigen bijdrage wordt vastgesteld en m.u.v. van de eigen bijdrage voor hulp bij het huishouden geïnd door het Centraal Administratie Kantoor. In de beschikking wordt aangekondigd dat een te betalen eigen bijdrage aan de orde is en dat de vaststelling en inning door het Centraal Administratie Kantoor zal plaats vinden.
Het Centraal Administratie Kantoor werkt met verzamelinkomens vanuit een peiljaar, welk jaar twee jaar voor het lopende jaar ligt. Dit is noodzakelijk om over de verzamelinkomens, die afkomstig zijn van de belastingdienst, te kunnen beschikken. In 2006 doet men aangifte over 2005, dus dat jaar is nog niet bekend. Vandaar dat het verzamelinkomen over 2004 in 2006 gebruikt wordt. Dit betekent dat er soms een voorlopige vaststelling zal plaatsvinden en achteraf een definitieve vaststelling. Het in mindering brengen van eigen bijdragen of een eigen aandeel zal daardoor vaak niet mogelijk zijn. Al deze activiteiten zullen door het Centraal Administratie Kantoor worden uitgevoerd.
Indien redelijkerwijs te verwachten is dat het inkomen in het lopende jaar ten minste € 18164 lager zal zijn dan het inkomen in het peiljaar kan op aanvraag van de bijdrageplichtige het inkomen door het CAK afwijkend worden vastgesteld. Na afloop van het jaar wordt inkomen over dat jaar defintief vastgesteld. Indien daarbij blijkt dat het bijdrageplichtig inkomen minder dan € 1816 lager is geweest dan het inkomen in het peiljaar wordt het inkomen in het peiljaar toch als uitgangspunt genomen (zie artikel 4.2 lid 3 en 4 Besluit Wmo).
Indien de voorziening bestaat uit het verschaffen in eigendom van een roerende zaak kan gedurende maximaal negenendertig perioden van vier weken een eigen bijdrage in rekening worden gebracht.
Een uitzondering vormt de inning van de eigen bijdrage voor hulp bij het huishouden in de vorm van een persoonsgebonden budget. Deze eigen bijdrage wordt geïnd door de gemeente zelf door een netto persoonsgebonden budget aan de budgethouder uit te betalen. Het netto persoonsgebonden budget is het bruto persoonsgebonden budget minus de eigen bijdrage.
De gemeente vraagt hiertoe inkomensgegevens (IB-60 formulier of defintieve belastingaanslag) op bij de aanvrager. Op basis van deze inkomensgegevens wordt een voorlopige eigen bijdrage berekend, die op het bruto persoonsgebonden budget in mindering wordt gebracht. Het netto persoonsgebonden budget wordt uitbetaald. Na vaststelling van de definitieve eigen bijdrage door het CAK wordt het definitieve netto
persoonsgebonden budget vastgesteld. Eventuele verschillen worden uitbetaald, verrekend of teruggevorderd.
Bij de vaststelling van de voorlopige eigen bijdrage door de gemeente wordt ook bovenstaande berekeningsmethodiek gehanteerd.
2.9.2. Eigen aandeel
Indien een aanvrager een financiële tegemoetkoming ontvangt dient een eigen aandeel in de kosten te worden betaald.
Een aantal voorzieningen is echter op grond van de Wmo en/of de verordening uitgesloten van het heffen van een eigen aandeel. Geen eigen aandeel in de kosten wordt gevraagd bij financiële tegemoetkomingen in de kosten van:
- alle voorzieningen voor kinderen onder de 18 jaar;
- verhuizing en inrichting
- tijdelijke huisvesting of dubbele woonlasten
- inspectie/keuring, onderhoud en reparatie van een woonvoorziening
- sportrolstoelen en andere aangepaste sportvoorzieningen.
- alle voorzieningen indien de aanvrager of zijn partner een intramurale AWBZ-bijdrage is verschuldigd ingevolge artikelen 4 of 14 van het Bijdragebesluit zorg.
Indien de voorziening bestaat uit het verschaffen in eigendom van een roerende zaak dan wel een bouwkundige of woontechnische aanpassing van een woning die in eigendom is van de aanvrager, kan gedurende maximaal negenendertig perioden van vier weken bij de vaststelling van de hoogte van de financiële tegemoetkoming een met toepassing van de daarvoor geldende regels berekende eigen aandeel in mindering worden gebracht.
De wijze van berekening van het eigen aandeel komt overeen met als de wijze van berekening van de eigen bijdrage.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.9
Eigen bijdrage en eigen aandeel
Onderdeel van Beleidsregels behorende bij de Voorzieningenverordening Wmo 2010