Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.3

Gebruikelijke zorg en omvang hulp bij het huishouden

Onderdeel van Beleidsregels behorende bij de Voorzieningenverordening Wmo 2010

Artikel 10 van de verordening bepaalt dat, “als tot de leefeenheid waar deze persoon deel van uitmaakt een of meer huisgenoten behoren die wel in staat zijn het huishoudelijk werk te verrichten” men niet in aanmerking komt voor hulp bij het huishouden. Deze beperking heet “gebruikelijke zorg”. Bij de indicatiestelling wordt vastgesteld of er sprake is van gebruikelijke zorg. Deze beperking was reeds aanwezig bij de toekenning Huishoudelijke zorg onder de AWBZ. Het CIZ of de indicatiesteller bepaalt aan de hand van de Beleidsregel gebruikelijke zorg of er sprake is van gebruikelijke zorg. a. Wat is gebruikelijke zorg? Gebruikelijke zorg wil zeggen dat als de hulpvrager huisgenoten heeft die het huishoudelijk werk over kunnen nemen, zij verondersteld worden dit door een herverdeling van taken te doen, zodat er geen ruimte meer bestaat hulp bij het huishouden te indiceren. Dit principe is gebaseerd op de achterliggende gedachte dat een leefeenheid in gezamenlijkheid verantwoordelijk is voor het huishoudelijke werk. Dat betekent dat indien degene die gewend is het huishoudelijk werk te doen hiertoe niet meer in staat is, andere leden van de leefeenheid verondersteld worden dit over te nemen. Dit principe heeft een verplichtend karakter en betreft alle huisgenoten ouder dan 18 jaar. Vanaf 18 jaar wordt men verondersteld een één persoonshuishouden te kunnen draaien. Onder 18 jaar wordt men verondersteld te helpen bij het huishouden, zoals het bijhouden van de eigen kamer, het helpen dekken van de tafel, het helpen bij de afwas enz. Ook met deze activiteiten kan rekening gehouden worden bij de indicatie. b. Criteria gebruikelijke zorg. In de Beleidsregel gebruikelijke zorg zijn de criteria voor het vaststellen van de gebruikelijke zorg vastgelegd. c. Geen gebruikelijke zorg, wat dan? Is er geen sprake van gebruikelijke zorg, dan dient de omvang van de hulp bij het huishouden te worden vastgesteld. Hiervoor moet bepaald worden welke activiteiten de hulpvrager zelf niet kan uitvoeren en welke normtijden hiervoor gelden. Er is, in navolging van de AWBZ gekozen voor normtijden, om een uitgangspunt te hebben voor de omvang van de verschillende taken die in het huishoudelijk werk verricht moeten worden. De in Beleidsregel hulp bij het huishouden aangegeven normtijden worden gehanteerd. Deze normtijden zijn overgenomen uit het protocol huishoudelijke verzorging van het CIZ dat werd gehanteerd onder de AWBZ en samengesteld in overleg met de landelijke koepel van thuiszorginstellingen. Normering door de gemeente is nodig om een uitgangspunt te hebben en eindeloze discussies te voorkomen over de benodigde tijd voor bepaalde activiteiten.

Rechtspraak bij dit artikel