Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 5

Weigeringsgronden

Onderdeel van ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING gemeente Olst-Wijhe

1.. Subsidieverlening kan naast de in artikel 4:35 van de wet genoemde gronden geweigerd worden indien gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat: de activiteiten van de aanvrager niet gericht zullen zijn op de gemeente of niet aanwijsbaar ten goede zullen komen aan de ingezetenen van de gemeente. de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden aan het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld. de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde. de activiteiten primair het vormen en/of verspreiden van partijpolitieke, godsdienstige en/of levensbeschouwelijke gedachten en beginselen tot doel hebben. de aanvrager naar het oordeel van het college ook zonder de gevraagde subsidie over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden kan of heeft kunnen beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken. Het college kan ter zake nadere regels stellen. door verstrekking van de subsidie het als subsidiabel maximum aangegeven bedrag zou worden overschreden. 2.. De structurele subsidieverstrekking aan een instelling kan op grond van algemene financiële en/of beleidsinhoudelijke overwegingen worden beëindigd of verminderd op grond van een door het college te nemen besluit. 3.. Het college stelt de instelling schriftelijk in kennis van het voornemen zoals genoemd in artikel 5 lid 2, ten minste zes maanden voorafgaand aan het jaar waarop de beschikking betrekking heeft. 4.. De subsidieverstrekking aan een instelling wordt in ieder geval beëindigd wanneer: de instelling bij rechterlijk vonnis wordt ontbonden. bij de instelling conservatoir beslag is gelegd op het vermogen of een deel ervan. aan de instelling surseance van betaling is verleend. het faillissement over de instelling is uitgesproken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel