Naar hoofdinhoud
Het bedrag dat het college ter beschikking stelt voor een woonvoorziening zoals bedoeld in artikel 4:2 onder b. van de Verordening, in natura of als Pgb, bedraagt 100% van de voor vergoeding in aanmerking komende kosten. Welke kosten voor vergoeding in aanmerking komen, wordt bepaald door: het programma van eisen voor de woonvoorziening; landelijk gemiddelde standaard prijzen voor woonvoorzieningen in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning zoals vastgesteld door SKIO consult. Indien het college inschat dat de kosten zoals bedoeld in art. 4:1 minder bedragen dan € 5.000,- vindt opdracht plaats zonder offerte. in geval van een Pgb vindt de betaling vooraf plaats aan de budgethouder op basis van het programma van eisen en de standaard gemiddelde prijzen voor woonvoorzieningen zoals genoemd in art. 4:1 lid 2b. In geval van een woonvoorziening in natura vindt betaling plaats aan de woningcorporatie, aannemer of leverancier op basis van het programma van eisen en de standaard gemiddelde prijzen voor woonvoorzieningen zoals genoemd in art. 4:1 lid 2b. Het college controleert bij alle woonvoorzieningen waarvan de kosten hoger zijn dan € 5.000,- of de voorziening is geleverd en aan het programma van eisen voldoet. Bij woonvoorzieningen onder de € 5.000,- wordt steeksproefgewijs gecontroleerd., zoals uitgewerkt in het interne protocol.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel