Het Pgb voor vervoersvoorzieningen als bedoeld in artikel 5:3 onder a en e van de Verordening wordt vastgesteld aan de hand van de huurprijs van de goedkoopst-adequate voorziening inclusief onderhoud, keuring en reparatie, zoals dat door het college aan de leverancier wordt betaald.
Het Pgb voor vervoersvoorzieningen als bedoeld in artikel 5:3 onder b tot en met d en f van de Verordening wordt bepaald door de vervoersbehoefte.
De Pgb’s voor vervoersvoorzieningen als bedoeld in artikel 5:3 onder b tot en met d en f van de Verordening worden gehalveerd:
indien belanghebbende de beschikking heeft over een scootmobiel of elektrische rolstoel voor buitengebruik;
verlaagd, indien er sprake is van een beperkte vervoersbehoefte. Criteria voor de verlaging worden in nader vast te stellen beleidsregels neergelegd.
Hoofdstuk
Artikel 5:2
Pgb voor de kosten van vervoersvoorzieningen
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Individuele verstrekkingen in het kader van maatschappelijke ondersteuning 2010