**1..** Het lid van een commissie ontvangt voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie een vergoeding die gelijk is aan de helft van het bedrag, vermeld in tabel IV van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.
**2..** Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die als lid van een commissie een vaste vergoeding voor de werkzaamheden als bedoeld in artikel 96, tweede lid, van de Gemeentewet ontvangt.
**3..** Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een commissie als raadslid, wethouder of ambtenaar;
uit hoofde van een beroepsmatige of bestuurlijke hoedanigheid;
als vertegenwoordiger van een instelling, organisatie of groepering.
**4..** De raad kan in afwijking van het bepaalde in het eerste lid een hogere vergoeding vaststellen, ten aanzien van:
een lid van een commissie die op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie voor deelname aan haar werkzaamheden is aangetrokken;
een lid van een commissie ten aanzien waarvan de vergoeding niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en de omvang van de door hem te verrichten arbeid.
Hoofdstuk V
Artikel 23
Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen
Onderdeel van Verordening voorzieningen politieke ambtsdragers 2010