Deelnemers aan een re-integratieactiviteit kunnen geconfronteerd worden met directe kosten die redelijkerwijs niet van een inkomen op bijstandsniveau kunnen worden betaald. Op grond van artikel 26 van de verordening kan het college voor de kosten een bijdrage verstrekken.
Lid 1. Voorwaarden overige vergoedingen
a. Het gaat om aantoonbare (meer) kosten waarin niet op een andere wijze is of kan worden voorzien
b. Reiskosten worden vergoed op basis van openbaar vervoer 2e klasse of bij gebruik auto volgens de fiscaal onbelaste reiskostenvergoeding bij een enkele reisafstand van meer dan 10 kilometer.
c. Reiskosten woon-werk verkeer gedurende maximaal 6 maanden, voor zover de reiskosten ertoe leiden dat het netto inkomen van betrokkene lager is dan de van toepassing zijnde bijstandsnorm. De bepalingen zoals genoemd onder b zijn hierbij van toepassing.
d. Kosten kinderopvang die nodig zijn om een traject naar werk te volgen voor zover deze kosten niet volledig worden gecompenseerd door voorliggende voorzieningen zoals de belastingdienst Dit laatste geldt alléén voor uitkeringsgerechtigden.
e. Naast bovengenoemde onkostenvergoedingen kan het college op individuele gronden beoordelen of uitkeringsgerechtigde in aanmerking komt voor een onkostenvergoeding in verband met het volgen van een traject mits dit bijdraagt aan inschakeling in arbeid.