Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 18

Participatieplaats

Onderdeel van Re-integratieverordening Wet werk en bijstand 2012

1. Het college kan aan uitkeringsgerechtigden ( niet zijnde jongeren) die vooralsnog niet bemiddelbaar zijn naar werk gedurende maximaal twee jaar onbeloonde additionele werkzaamheden laten verrichten als bedoeld in artikel 10a van de Wet werk en bijstand. 2. Met betrekking tot degene die op grond van het eerste lid additionele werkzaamheden verricht, beoordeelt het college na een periode van negen maanden na de aanvang van de werkzaamheden of de toepassing van dit artikel zijn kans op inschakeling in het arbeidsproces heeft vergroot. Indien dat niet het geval is wordt het verrichten van de additionele werkzaamheden twaalf maanden na aanvang van die werkzaamheden beëindigd. 3. Met betrekking tot degene die op grond van het eerste lid additionele werkzaamheden verricht, beoordeelt het college voor afloop van de periode van twee jaar, bedoeld in het eerste lid, of voortzetting daarvan met het oog op inde persoon gelegen factoren, zijn kans op arbeidsinschakeling aanmerkelijk verbetert. Indien dat het geval is, kan het college de termijn van twee jaar verlengen met een jaar, onder de voorwaarde dat de belanghebbende in het derde jaar in een andere omgeving de additionele werkzaamheden verricht dan die hij in de eerste twee jaar heeft verricht. 4. Indien de termijn van twee jaar is verlengd op grond van het derde lid, beoordeelt het college voor afloop van het derde jaar of de voortzetting daarvan met het oog op de in de persoon gelegen factoren zijn kans op inschakeling in het arbeidsproces aanmerkelijk verbetert. Indien dat het geval is, kan het college de termijn nogmaals verlengen met een jaar. 5. Het college verstrekt aan personen, bedoeld in het eerste lid, die onbeloonde activiteiten verrichten conform artikel 10a, zesde lid van de Wwb, een premie van € 1,00 per gewerkt uur met een maximum van € 520,00 per zes maanden. 6. Het recht op een premie als bedoeld in het eerste lid wordt elke zes maanden beoordeeld. 7. de premie wordt geweigerd indien bij de beoordeling blijkt dat de belanghebbende de aan de onbeloonde additionele werkzaamheden verbonden verplichtingen in de voorgaande zes maanden heeft geschonden. 8. Voor zover de belanghebbende niet beschikt over een startkwalificatie wordt binnen zes maanden na aanvang van de onbeloonde additionele werkzaamheden door het college beoordeeld in hoeverre scholing of opleiding kan bijdragen aan de vergroting van de kans op inschakeling in het arbeidsproces. 9. Het college betrekt bij deze beoordeling: a. het oordeel van degene in wiens opdracht de belanghebbende de additionele werkzaamheden uitvoert; b. de scholingswens van de belanghebbende. 10. In een schriftelijke overeenkomst wordt tenminste het doel van de participatieplaats, en de wijze waarop begeleiding plaatsvindt, vastgelegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel