In deze verordening wordt verstaan onder:
a. algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die naar geldende maatschappelijke normen tot het gangbare gebruiks- dan wel bestedingspatroon van de belanghebbende behoren;
b. algemene voorziening: een voorliggende voorziening die door de belanghebbende op eenvoudige wijze te verkrijgen of te gebruiken is;
c. belanghebbende: een persoon met een beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem die behoefte heeft aan compensatie voor het bevorderen van zijn deel-name aan het maatschappelijk verkeer en het zelfstandig functioneren, die voor zichzelf of met behulp van een machtiging door een ander, contact heeft of een aanvraag doet of laat doen;
d. beleidsregels: de beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Nunspeet waarin op grond van deze verordening door het college nadere regels zijn gesteld;
e. beperkingen: moeilijkheden die een persoon ten gevolge van ziekte en/of chronisch psychische en psychosociale problemen heeft met het uitvoeren van activiteiten bij normale deelname aan het maatschappelijke verkeer;
f. Besluit: het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Nunspeet waarin op grond van deze verordening door het college nadere regels zijn gesteld;
g. Bmo: het Besluit maatschappelijk ondersteuning van het Rijk, een algemene maatregel van be-stuur op basis van artikel 15 en 19 van de wet;
h. chronisch psychisch probleem: onomkeerbare geestelijke aandoening zonder uitzicht op volledig herstel en met een relatief lange ziekteduur van ten minste zes maanden en een langdurig beroep op zorg.
i. collectieve voorziening: een individuele voorziening die door meerdere personen tegelijk wordt gebruikt;
j. college: college van burgemeester en wethouders;
k. compensatieplicht: de plicht van het college aan personen met een beperking, een chronisch psychisch of een psychosociaal probleem voorzieningen te bieden ter compensatie van de beper-kingen die zij ondervinden op het gebied van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie teneinde hen in staat te stellen een huishouden te voeren, zich te verplaatsen in en om de wo-ning, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel en medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan. Daarbij legt artikel 4 van de wet het college de plicht op om een resultaat te bereiken dat als compensatie mag gelden en dat in het individuele geval maatwerk is;
l. eigen aandeel: een eigen aandeel in de kosten op grond van artikel 19 van de wet wat toegepast wordt bij de verstrekking van een financiële tegemoetkoming en waarop de regels van het Bmo op van toepassing zijn;
m. eigen bijdrage: een eigen bijdrage in de kosten op grond van artikel 15 van de wet wat toegepast wordt bij verstrekking van een voorziening in natura of persoonsgebonden budget en waarop de regels van het Bmo van toepassing zijn;
n. financiële tegemoetkoming: een geldbedrag, al dan niet forfaitair, bedoeld om een voorziening aan te schaffen voor het te bereiken resultaat;
o. gebruikelijke zorg: de zorg waarvan verondersteld mag worden dat die binnen de leefeenheid gebruikelijk aan elkaar kan worden verleend;
p. gemeenschappelijke ruimte: gedeelte(n) van een woongebouw, niet behorend tot de onderschei-den woningen, bestemd en noodzakelijk om de woning van de belanghebbende vanaf de toegang tot de woning te bereiken;
q. Het gesprek: Het gesprek waarin met de belanghebbende zijn gehele situatie wordt geïnventari-seerd over de beperkingen en de gevolgen daarvan, de te bereiken resultaten, de te kiezen op-lossingen via eigen mogelijkheden of via mogelijkheden van het netwerk dan wel via algemene, algemeen gebruikelijke, (wettelijk) voorliggende, collectieve en individuele voorzieningen;
r. individuele voorziening: een voorziening die door het college voor één belanghebbende wordt verstrekt;
s. leefeenheid: alle bewoners van één adres die samen duurzaam een huishouden voeren niet zijn-de kamerbewoners of personen die vanwege een zorgbehoefte op één adres ieder zelfstandig wonen;
t. mantelzorger: een persoon die mantelzorg biedt in de zin van artikel 1, eerste lid, onder b van de wet;
u. meerkosten: kosten van een mogelijk op grond van de wet te verlenen voorziening, voor zover dit deel van de kosten uitgaat boven voor de belanghebbende als algemeen gebruikelijk te be-schouwen kosten van een dergelijke voorziening;
v. norminkomen: de van toepassing zijnde norm in het kader van de Wet werk en bijstand;
w. persoonsgebonden budget: een geldbedrag om te gebruiken voor het te bereiken resultaat, als alternatief voor een voorziening in natura;
x. psychosociaal probleem: een situatie van verlies van zelfstandigheid en, met name, een gebrek aan mogelijkheden tot deelname aan het maatschappelijk verkeer, veroorzaakt door belemmerin-gen die iemand ondervindt in zijn relatie met anderen, met zijn sociale omgeving;
y. resultaat: datgene wat met het verstrekken van een voorziening wordt beoogd en waarmee de belanghebbende naar het oordeel van het college in aanvaardbare mate zelfredzaam is en in staat is tot maatschappelijke participatie;
z. resultaatgebied: resultaatgebied zoals vermeld in de wet en benoemd in hoofdstuk 2 van deze verordening;
aa. ritbijdrage of gebruikersbijdrage: een door de geïndiceerde gebruiker te betalen bijdrage aan het gebruik van een collectieve voorziening; voorliggende voorziening: een voorziening die normaal in de maatschappij aanwezig en beschikbaar is en bedoeld voor iedereen die daar behoefte aan heeft;
ab. voorziening in natura: een voorziening, in te zetten om het resultaat te bereiken, in de vorm van goederen in (bruik)leen of in eigendom, of als persoonlijke dienstverlening
ac. Wet: de Wet maatschappelijke ondersteuning;
ad. Wvg: Wet voorzieningen gehandicapten;
ae. voorliggende voorziening: een voorziening die normaal in de maatschappij aanwezig en beschik-baar is en bedoeld voor iedereen die daar behoefte aan heeft.
af. wettelijk voorliggende voorziening: een voorziening op grond van een wettelijke bepaling anders dan op grond van de wet, waarmee het resultaat geheel of gedeeltelijk bereikt kan worden;
ag. woning: besloten ruimte die, bereikbaar door een eigen toegang, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor permanente bewoning door een huishouden. Daarbij worden geen elementaire woonfuncties, zoals woon-, en slaapkamer, keuken, badkamer en toilet met andere woningen gedeeld. Met uitzondering van de kamers die zelfstandig verhuurd worden;
ah. zelfredzaam: het lichamelijke, verstandelijk, geestelijk en financiële vermogen om voorzieningen te treffen die deelname aan het normale maatschappelijke verkeer mogelijk maken.
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Nunspeet 2013