Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4:

Bepalingen met betrekking tot de verschillende zones

Onderdeel van Beleidsregel vaststellen Nadere regels exploitatie horecabedrijven 2010

1.. Het totale aantal op grond van artikel 2.28 van de verordening te verlenen vergunningen wordt bepaald door het in kolom II van de Staat van horecabedrijven per zone aangegeven maximum; per horecacategorie aangegeven maximum; per horecacode aangegeven toegestane aantallen. 2.. Een vergunning wordt geweigerd wanneer een of meer van de in het eerste lid bedoelde maximum aantallen worden overschreden. 3.. Het tweede lid is niet van toepassing indien er sprake is van wisseling van het ondernemerschap van het reeds bestaande, in de Staat van horecabedrijven genoemde bedrijf waarbij de exploitatie blijft binnen de voor dat bedrijf toegestane horecacode. 4.. De burgemeester kan van het bepaalde in lid 1 ontheffing verlenen indien naar zijn mening de toepassing van de nadere regels zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, welke niet wordt gerechtvaardigd door dringende redenen de openbare orde c.q woon- en leefklimaat betreffende. 5.. De burgemeester dient bij zijn afweging op grond van het vorige lid te blijven binnen de doelstelling, alsmede de strekking en de geest van de horecanota Hoorn Gastvrij. 6.. Indien gebruik wordt gemaakt van de in lid 4 neergelegde bevoegdheid is een wijziging van de opzet van de bedrijfsvoering, al dan niet samengaand met wisseling van ondernemerschap, een grond voor het weigeren of intrekken van de vergunning. 7.. De exploitatievergunning en de vermelding in kolom I van de Staat van horecabedrijven vervalt van rechtswege indien: de exploitatie van een in de Staat van horecabedrijven genoemd bedrijf, gerekend over een periode van één jaar, gedurende één of meerdere perioden die samen meer dan zes maanden omvatten, is gestaakt; de exploitatie van het bedrijf niet meer past binnen de horecacode die in de exploitatievergunning is vermeld; in het pand een ander bedrijf dan een horecabedrijf wordt gevestigd. 8.. Voor de bepaling van de in lid 7, onder a genoemde leegstandsperiode van zes maanden, worden de sluitingstermijnen niet meegeteld die opgelegd zijn ingevolge handhavend optreden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel