Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 2

Artikel 17

Meespreekrecht burgers

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies Nuenen 2010

1.. Burgers hebben meespreekrecht. Zij kunnen meepraten c.q. het woord voeren over een geagendeerd onderwerp. 2.. Het woord kan niet gevoerd worden over: een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 3.. De voorzitter dient aan het begin van de vergadering een formele inventarisatie te maken van wie gebruik wenst te maken van het meespreekrecht. Burgers die van het meespreekrecht gebruik willen maken melden dit voor aanvang van de vergadering aan de griffier. Hij of zij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het agendapunt waarbij men gebruik wil maken van het meespreekrecht. 4.. De burger krijgt de mogelijkheid om zijn zienswijze over een onderwerp in te brengen en volgt de vergaderdiscipline zoals die ook voor raadsleden en niet raadsleden geldt. 5.. Burgers hebben geen adviesbevoegdheid. De leden van de commissie bepalen het advies en kunnen de inbreng van een burger mee laten wegen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel