Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 4

Samenstelling

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies Nuenen 2010

1.. Een raadscommissie bestaat uit ten minste één en maximaal drie leden per fractie. 2.. De in het eerste lid genoemde leden worden door de raad op voordracht van de fracties benoemd. 3.. Een lid kan zowel raadslid als niet-raadslid (burgercommissielid) zijn. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op een lid van een raadscommissie. Het heeft de voorkeur dat de leden tijdens de laatste verkiezingen van de raad op de kandidatenlijst van de betreffende fractie hebben gestaan. Voor elke fractie kan één burgercommissielid per commissie benoemd. 4.. Niet-raadsleden leggen voorafgaand aan het uitoefenen van hun functie een eed af ten overstaan van de voorzitter van de raad. Artikel 14 van de Gemeentewet is hier van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor “raad” wordt gelezen “raadscommissie”. 5.. De raad benoemt op voordracht van een fractie voor iedere raadscommissie ten minste één plaatsvervangend lid per fractie, die zitting in een raadscommissie heeft bij verhindering of ontstentenis van een lid. Het plaatsvervangend lid voldoet aan de in het vierde lid, genoemde vereisten en heeft dezelfde bevoegdheden als het lid dat hij/zij vervangt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel