In deze verordening wordt verstaan onder:
a)Wet
Wet maatschappelijke ondersteuning.
b)College
College van burgemeester en wethouders.
c)Compensatieplicht
De plicht van het college aan personen met een beperking, een chronisch psychisch of een psychosociaal probleem voorzieningen te bieden ter compensatie van hun beperkingen op het gebied van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie teneinde hen in staat te stellen een huishouden te voeren, zich te verplaatsen in en om de woning, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel en medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan. Hierbij houdt het college rekening met het gestelde onder punt I. tot en met V.:
I.Het College heeft de plicht om een resultaat te bereiken dat als compensatie mag gelden en dat in het individuele geval maatwerk is;
II.Het college houdt rekening met de persoonskenmerken en behoeften van de aanvrager van de voorzieningen, alsmede met de capaciteit van de aanvrager om, uit oogpunt van kosten, zelf in maatregelen te (laten) voorzien, zoals bedoeld in artikel 4, tweede lid Wmo;
III.Bij de beoordeling of een belanghebbende daadwerkelijk beperkt is in zijn mogelijkheden tot zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie op een van de vier zorggebieden, zoals genoemd in artikel 4, eerste lid Wmo, houdt het college tevens rekening met de eigen verantwoordelijkheid van de belanghebbende. Hieronder wordt verstaan de verantwoordelijkheid om zelf onderzoek te doen naar eigen mogelijkheden om op eigen kracht dan wel via het eigen sociaal netwerk, de belemmeringen weg te nemen op het gebied van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie en deze mogelijkheden ook te realiseren. De beoordeling van de eigen verantwoordelijkheid gaat vooraf aan de vaststelling van de compensatieplicht van het college. De vaststelling van de compensatieplicht wordt afgestemd op de mogelijkheden van belanghebbende op grond van zijn eigen verantwoordelijkheid;
IV.Aan de bepaling van de reikwijdte van de compensatieplicht van het college gaat tevens vooraf een beoordeling van de mogelijkheden die een belanghebbende heeft om redelijkerwijs gebruik te kunnen maken van algemene, algemeen gebruikelijke, voorliggende en/of collectieve voorzieningen;
V.Bij het bepalen van de mogelijkheden op grond van eigen verantwoordelijkheid van een belanghebbende alsmede bij het bepalen van de mogelijkheden gebruik te kunnen maken van algemene, algemeen gebruikelijke, voorliggende en/of collectieve voorzieningen, kan het college, desgevraagd of uit eigen beweging zo nodig een belanghebbende advies dan wel ondersteuning geven.
d)Aanmelding
de mededeling van een belanghebbende aan het college dat hij beperkingen ondervindt op grond waarvan hij verzoekt een afspraak te maken voor een gesprek.
e)Gesprek
het eerste contact na een aanmelding waarin met degene die maatschappelijke ondersteuning zoekt zijn gehele situatie wordt geïnventariseerd ten aanzien van de beperkingen en de gevolgen daarvan, de te bereiken resultaten, de te kiezen oplossingen via eigen mogelijkheden of via mogelijkheden van het netwerk dan wel via algemene, algemeen gebruikelijke collectieve, (wettelijk) voorliggende en individuele voorzieningen.
f)Aanvraag
het verzoek van een belanghebbende om in aanmerking te komen voor één of meerdere voorzieningen om een resultaat te bereiken in het kader van deze verordening.
g)Belanghebbende
een persoon met een beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem die behoefte heeft aan compensatie ten behoeve van het bevorderen van zijn deelname aan het maatschappelijk verkeer en het zelfstandig functioneren, die voor zichzelf of, met behulp van een machtiging, door een ander een aanmelding of een aanvraag doet of laat doen.
h)Huisgenoot
Iedere meerderjarige met wie de aanvrager duurzaam gemeenschappelijk een woning bewoond.
i)Psychosociaal probleem
een situatie van verlies van zelfstandigheid en, met name, een gebrek aan mogelijkheden tot deelname aan het maatschappelijk verkeer, veroorzaakt door belemmeringen die iemand ondervindt in zijn relatie met anderen, met zijn sociale omgeving.
j)Voorliggende voorziening
een voorziening die normaal in de maatschappij aanwezig en beschikbaar is en bedoeld voor iedereen die daar behoefte aan heeft.
k)Wettelijk voorliggende voorziening
een voorziening op grond van een wettelijke bepaling anders dan ingevolge de wet, waarmee het resultaat geheel of gedeeltelijk bereikt kan worden.
l)Algemene voorziening
een voorliggende voorziening die weliswaar niet bestemd is voor, noch te gebruiken is door alle personen als bedoeld in artikel 4 lid 1 van de wet, maar die anderzijds door iedereen waarvoor de voorziening wel bedoeld is op eenvoudige wijze te verkrijgen of te gebruiken is, zonder een ingewikkelde aanvraagprocedure.
m)Algemeen gebruikelijke voorziening
een voorziening die niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking, dus ook door anderen gebruikt wordt, algemeen verkrijgbaar is en niet duurder is dan vergelijkbare producten.
n)Collectieve voorziening
een voorziening die individueel wordt verstrekt maar die door meerdere personen tegelijk kan worden gebruikt.
o)Individuele voorziening
een voorziening die door het college ten behoeve van één persoon op basis van artikel 4 Wmo wordt verstrekt.
p)Gebruikelijke zorg
de zorg die op het gebied van het voeren van het huishouden voor alle meerderjarige leden van een leefeenheid als algemeen aanvaardbaar wordt beschouwd.
q)Voorziening in natura
een voorziening, in te zetten om het resultaat te bereiken, in de vorm van goederen in (bruik)leen of in eigendom, of als persoonlijke dienstverlening.
r)Persoonsgebonden budget
een geldbedrag om te gebruiken voor het te bereiken resultaat, als alternatief voor een voorziening in natura en waarop de in deze verordening en het Financieel besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning te stellen regels van toepassing zijn.
s)Financiële tegemoetkoming
een geldbedrag, al dan niet forfaitair of gemaximeerd, bedoeld om een voorziening mee aan te schaffen voor het te bereiken resultaat.
t)Mantelzorger
een persoon die mantelzorg in de zin van artikel 1, lid 1 onder b van de wet biedt.
u)Hoofdverblijf
de plaats waar een persoon daadwerkelijk de meeste nachten per jaar doorbrengt.
v)Eigen bijdrage of eigen aandeel in de kosten
een bijdrage, die bij de verstrekking van een voorziening in natura, een persoonsgebonden budget (een eigen bijdrage) of een financiële tegemoetkoming (een eigen aandeel) betaald moet worden en waarop de regels van het Besluit maatschappelijke ondersteuning van toepassing zijn.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening voorziening maatschappelijke ondersteuning gemeente Goes 2013