Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van de verordening
aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een
bouwvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar
aard en omvang niet wordt vergroot,
gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden
vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning
wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is
teniet gegaan.
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken
van het bepaalde in lid 5.1 voor het vergroten van de inhoud van een
bouwwerk als bedoeld in lid 5.1 met maximaal 10%.
Het bepaalde in lid 5.1 is niet van toepassing op bouwwerken die
weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van de
verordening, maar zijn gebouwd in strijd met het daarvóór geldende plan,
daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van
inwerkingtreding van de verordening en hiermee in strijd is, mag worden
voortgezet.
Het is verboden het met de verordening strijdige gebruik, bedoeld in lid
5.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan
strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en
omvang wordt verkleind.
Indien het gebruik, bedoeld in lid 5.4, na het tijdstip van
inwerkingtreding van de verordening voor een periode langer dan een jaar
wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te
laten hervatten.
Het bepaalde in lid 5.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds
in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder
begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.