Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 17

Gemengd - 6

Onderdeel van Beheersverordening Steenwijk en Tuk

17.1 Bestemmingsomschrijving 17.1.1 Algemeen De voor 'Gemengd - 6' aangewezen gronden zijn bestemd voor: culturele voorzieningen; (zakelijke) dienstverlening; kantoren; maatschappelijke voorzieningen; met daaraan ondergeschikt: groenvoorzieningen; terrassen; parkeervoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 17.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 60.1. 17.2 Bouwregels 17.2.1 Algemeen Op de voor 'Gemengd - 6' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: gebouwen ten behoeve van de in artikel 17.1 genoemde bestemming, uitsluitend binnen de aanduiding 'bouwvlak'; één bedrijfswoning, uitsluitend binnen de aanduiding 'bouwvlak' ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; de daarbij behorende bijgebouwen, uitsluitend binnen de aanduiding 'bouwvlak'; bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten behoeve van de in artikel 17.1 genoemde bestemming, zowel binnen als buiten de aanduiding 'bouwvlak'; met inachtneming van de volgende regels (artikel17.2.2 tot en met 17.2.5). 17.2.2 Regels ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' gelden de volgende regels: het bouwvlak wordt tot maximaal 80% per bouwperceel bebouwd; de voorgevel wordt geplaatst in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens; de gebouwen worden op een afstand van minimaal 3,00 meter uit de zijdelingse perceelsgrens gebouwd; bedrijfsgebouwen worden met een kap van maximaal 60° afgedekt; de goothoogte van een bedrijfsgebouw bedraagt maximaal 8,00 meter; de bouwhoogte van een bedrijfsgebouw bedraagt maximaal 8,00 meter; voor de maatvoering van de bedrijfswoning geldt het bepaalde in artikel 17.2.3; voor de maatvoering van de bijgebouwen bij de bedrijfswoning geldt het bepaalde in artikel 17.2.4; voor de maatvoering van bouwwerken, geen gebouw zijnde geldt het bepaalde in artikel 17.2.5. 17.2.3 Bedrijfswoning Voor het bouwen van de bedrijfswoning gelden de volgende regels: per bedrijf is slechts één bedrijfswoning toegestaan; de inhoud van een bedrijfswoning bedraagt maximaal 750 m³ of maximaal de bestaande inhoud indien deze groter is; de goothoogte van de bedrijfswoning bedraagt maximaal 5,50 meter; de bouwhoogte van de bedrijfswoning bedraagt maximaal 10,00 meter; de bedrijfswoning wordt met een kap van minimaal 30° en maximaal 60° afgedekt. 17.2.4 Bijgebouwen Voor het bouwen van bijgebouwen behorende bij de bedrijfswoning gelden de volgende regels: de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen, met uitzondering van carports mag maximaal 50 m² bedragen; bijgebouwen worden met een kap van maximaal 60° afgedekt; de goothoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 3,50 meter; de bouwhoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 80% van de bouwhoogte van de bedrijfswoning. 17.2.5 Overige regels Voor het overige gelden de volgende regels: de carport wordt op een afstand van minimaal 1,00 meter achter de voorgevelrooilijn gebouwd, met dien verstande dat de bouwhoogte van de carport maximaal 3,00 meter bedraagt en de oppervlakte maximaal 20 m² bedraagt; bouwwerken, geen gebouw zijnde, mogen uitsluitend achter de naar de weg gekeerde bouwgrens worden gebouwd, met uitzondering van erfafscheidingen; de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt maximaal 6,00 meter, met uitzondering van erfafscheidingen, waarvan de bouwhoogte voor de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 1,00 meter bedraagt en achter de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 2,00 meter bedraagt. 17.3 Specifieke gebruiksregels 17.3.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: bedrijfsdoeleinden, anders dan bedoeld in artikel 17.1; het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen en van wagens, anders dan bedoeld in artikel 17.1; wonen, anders dan in een bedrijfswoning; een aan huis verbonden beroep of bedrijf in de bedrijfswoning en/of in de bijgebouwen anders dan bedoeld in artikel 17.3.2; woningsplitsing; mantelzorg in de bedrijfswoning en/of in de bijgebouwen; gebouwen voor recreatieve bewoning; detailhandel; horeca; buitenopslag, behalve als dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte tijdelijke gebruik en dan niet voor de voorgevel van het hoofdgebouw. 17.3.2 Aan huis verbonden beroepen Een aan huis verbonden beroep, als opgenomen in het overzicht aan huis verbonden beroepen (Bijlage 2 bij deze regels), is toegestaan onder de volgende voorwaarden: een aan huis verbonden beroep wordt uitsluitend uitgeoefend in de woning of in de bijgebouwen; maximaal in totaal 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte van de woning en de bijgebouwen wordt gebruikt voor aan huis verbonden beroep(en); de woonfunctie blijft in overwegende mate gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning wordt niet wezenlijk aangetast; er mogen maximaal 2 personen werkzaam zijn, waarbij minstens één persoon tevens de bewoner van de woning is; er is slechts één reclame-uiting toegestaan met een maximale afmeting van 20 x 30 centimeter; het gebruik mag geen (ernstige of onevenredige) hinder opleveren voor het woonmilieu en geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de omgeving; in de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate voorzien op eigen terrein, waarbij als uitgangspunt geldt dat de bestaande parkeervoorzieningen niet onevenredig mogen worden belast; er vindt geen detailhandel plaats, met uitzondering van detailhandel in aan het betreffende beroep gerelateerde producten, waarvoor maximaal 10% van de voor het aan huis verbonden beroep gebruikte oppervlakte mag worden gebruikt. 17.4 Afwijken van de gebruiksregels 17.4.1 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van aan huis verbonden bedrijven Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 17.3, ten behoeve van een aan huis verbonden bedrijf als opgenomen in het overzicht aan huis gebonden bedrijven (Bijlage 2 bij deze regels), met dien verstande dat: een aan huis verbonden bedrijf uitsluitend wordt uitgeoefend in de woning of in de bijgebouwen; de bestaande bouwmogelijkheden niet mogen worden verruimd; maximaal in totaal 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt voor een aan huis verbonden bedrijf, met dien verstande dat niet meer dan 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt ten behoeve van de in het onderhavige artikel en artikel 17.3.2 genoemde nevenactiviteiten tezamen; de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning niet wezenlijk wordt aangetast; er maximaal 2 personen werkzaam mogen zijn, waarbij minstens één persoon tevens de bewoner van de woning is; het onbebouwde gedeelte van het perceel niet mag worden gebruikt voor beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten, met uitzondering van parkeren; er ten hoogste één reclame-uiting is toegestaan met een maximale afmeting van 20 x 30 centimeter; in de parkeerbehoefte in voldoende mate wordt voorzien op eigen terrein, waarbij als uitgangspunt geldt dat de bestaande parkeervoorzieningen niet onevenredig mogen worden belast; er geen detailhandel plaatsvindt, met uitzondering van detailhandel in aan het betreffende bedrijf gerelateerde producten, waarvoor maximaal 10% van de voor het aan huis verbonden bedrijf gebruikte oppervlakte mag worden gebruikt. Een omgevingsvergunning, vrijstelling of ontheffing die ten tijde van de inwerkingtreding van de beheersverordening is verleend voor een bestaand aan huis verbonden bedrijf wordt gelijkgesteld met de omgevingsvergunning als bedoeld onder sub a. 17.4.2 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van mantelzorg Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 17.3, ten behoeve van mantelzorg in de bedrijfswoning of in bestaande bijgebouwen, met dien verstande dat: het oppervlak van de mantelzorgvoorziening in de bedrijfswoning en/of bestaande bijgebouwen maximaal in totaal 75 m² bedraagt, met dien verstande dat de maximale oppervlakte aan bijgebouwen niet meer mag bedragen dan het bepaalde in artikel 17.2.4; de tijdelijkheid in voldoende mate vaststaat; specifiek voor mantelzorg in bestaande vrijstaande bijgebouwen de volgende regels gelden: het vrijstaande bijgebouw dient binnen een afstand van 25,00 meter van de bedrijfswoning te zijn gesitueerd en een ruimtelijke eenheid te vormen met de bedrijfswoning; realisatie van de afhankelijke woonruimte binnen de bedrijfswoning inclusief de aangebouwde bijgebouwen niet mogelijk is; geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: de verkeersveiligheid; het woon- en leefklimaat; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel