Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9

Artikel 23

Beleidsplan en beleidsverslag

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Samenwerking de Bevelanden

1.. Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks, gelijktijdig met de ontwerpbegroting, vóór 15 april een ontwerp van het meerjarenbeleidsplan voor de komende periode toe aan de raden van de gemeenten. 2.. Het ontwerp van het meerjarenbeleidsplan wordt voor een ieder, samen met de ontwerpbegroting, ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Het bepaalde in artikel 190, leden 2 en 3, van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 3.. De raden van de gemeenten kunnen binnen acht weken na toezending van het ontwerp van het meerjarenbeleidsplan het dagelijks bestuur hun zienswijze aangeven. Het dagelijks bestuur voegt de zienswijzen, waarin de gevoelens van de raden zijn vervat, bij het ontwerp van het meerjarenbeleidsplan zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 4.. Het algemeen bestuur stelt het meerjarenbeleidsplan uiterlijk vast op 1 juli van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor het beleidsplan moet dienen. 5.. Het algemeen bestuur stelt op basis van het meerjarenbeleidsplan het bedrijfsplan van de regeling vast. Als de raad van een gemeente ten aanzien van een bepaald onderwerp een eigen beleid wenst uit te voeren dat afwijkt van het gemeenschappelijke beleid, wordt ook het afwijkende beleidsstandpunt van deze gemeente in het bedrijfsplan opgenomen en door de regeling uitgevoerd. Op de financiële gevolgen hiervan is artikel 25, derde lid, van toepassing. 6.. Het dagelijks bestuur bereidt het beleidsverslag over het afgelopen jaar voor. Het beleidsverslag wordt ter vaststelling aan het algemeen bestuur voorgelegd dat er vóór 1 juli over beslist. 7.. Het dagelijks bestuur zendt het beleidsplan en beleidsverslag binnen twee weken na vaststelling aan de raden van de gemeenten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel