**1..** Aan het algemeen bestuur komen in het kader van deze regeling alle bevoegdheden toe, die niet aan een ander orgaan zijn opgedragen.
**2..** Het algemeen bestuur kan alle bevoegdheden delegeren aan het dagelijks bestuur, tenzij de aard van de bevoegdheid zich tegen delegatie verzet.
**3..** De volgende bevoegdheden van het algemeen bestuur zijn niet overdraagbaar:
het aanwijzen van een voorzitter en diens plaatsvervanger en de overige leden van het dagelijks bestuur;
het vaststellen van de begroting, respectievelijk begrotingswijzingen en de jaarstukken;
het vaststellen van een reglement van orde;
het vaststellen van de Financiële verordening en de Controleverordening;
het vaststellen van een regeling houdende de rechtspositie van het bij de gemeenschappelijke regeling in dienst zijnde personeel;
het vaststellen van een regeling tot instelling van een commissie ex artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht, en een regeling voor de behandeling van klachten als bedoeld in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht;
het doen van voorstellen tot wijziging, toetreding, uittreding en opheffing van deze gemeenschappelijke regeling;
het benoemen, schorsen en ontslaan van de directeur of diens waarnemer;
het vaststellen van een instructie voor de in het vorige lid bedoelde directeur.
Hoofdstuk 3
Artikel 9
Bevoegdheden van het algemeen bestuur
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Samenwerking de Bevelanden