In de volgende gevallen en onder de volgende condities bevordert het college van burgemeester en wethouders een gecoördineerde voorbereiding van besluiten als bedoeld in artikel 2 en 3:
a. het besluit over een aanvraag om een omgevingsvergunning, die op het moment van indienen op grond van artikel 2.10, lid 1, sub c of artikel 2.11 lid 1 van de Wabo geweigerd zou moeten worden en die slechts op grond van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 van de Wabo kan worden verleend, en het besluit over het bestemmingsplan, uitwerkingsplan of wijzigingsplan dat de omgevingsvergunning mogelijk maakt, maken tenminste deel uit van de te coördineren besluiten;
b. en een ander besluit, als dat bij de coördinatie wordt betrokken, is genoemd in artikel 3 en houdt verband met de aanvraag of met het bestemmingsplan als bedoeld onder a; en
c. door of namens het college van burgemeester en wethouders is vastgesteld dat het besluit als bedoeld onder b gecoördineerd kan worden voorbereid; en
d. door of namens het college van burgemeester en wethouders is vastgesteld dat zich geen belemmering als bedoeld in artikel 5 voordoet; en
e. de aanvrager heeft verzocht om een wijziging van het bestemmingsplan en zich schriftelijk akkoord heeft verklaard met de gecoÖrdineerde voorbereiding en met de gevolgen die dat voor de aanvrager heeft; en
f. de aanvraag bedoeld in lid a betreft een of meer van de volgende activiteiten:
* het realiseren van een project dat is opgenomen in een structuurvisie;
* het bouwen, uitbreiden of verbeteren van woningen of woongebouwen;
* het realiseren of uitibreiden van maatschappelijke voorzieningen;
* het uitbreiden, renoveren of realiseren van bedrijven met eventueel een daarbij behorende bedrijfswoning;
* het realiseren of aanpassen van infrastructurele werken;
* het realiseren of aanpassen van nutsvoorzieningen.